In kM 136 staat het thema 'vuur' centraal. Hoe smelten hitte, risico en controle samen tot kunst. 15 jaar geleden vormde dit thema ook de rode draad, in kM 75. We blikken terug op een artikel uit deze editie 15 jaar geleden.
Een bijbaan van Barten van Elden op een scheepswerf in Amsterdam-Noord leidde tot de voorliefde van het werken in metaal. In de wintermaanden werd het schafthok verwarmd door in de vroege ochtend een groot blok ijzer heet te stoken en met een haak de keet binnen te slepen. De passie voor het hete metaal, als symbool voor het binnenste van de aarde, was geboren.
Met de opgedane ervaring op de werf besloot Barten van Elden (1955) op de beeldhouwafdeling van de Gerrit Rietveld Academie te gaan smeden. Hij gebruikte het vuur om de plasticiteit van ijzer te laten zien. Het betrof ook een zoektocht naar plastiek versus sculptuur. Hij maakt een vergelijking: hoewel een uitgesleten steen een grote vormgelijkenis kan hebben met een gegroeid bot, is de ontstaansgeschiedenis tegengesteld. Het een slijt aan de buitenkant, het ander groeit van binnenuit. Een overeenkomst en tegenstelling als metafoor voor menselijke sociale processen.
Kleinschalig hoogoven
Na de academietijd wilde Barten van Elden zelf proberen het plastische ijzer ui het erts te smelten. Hij trok ter voorbereiding met een 2CV door West-Afrika om te zien of daar nog kleinschalige hoogovens in gebruik waren. Dat bleek al een tiental jaren niet meer het geval. Achteraf gezien logisch wanneer je ook allerlei staalsoorten uit autowrakken kunt gebruiken. Terug in Nederland bouwde hij zijn eigen hoogoven. Van vuurvaste steen, een binnenmantel van grafiet, met vuurvaste aanblaaspijpen plus aanjager en een uitloop in mallenzand. De cokes, ijzererts en dergelijke kwamen van de Hoogovens. Na 48 uur stoken stroomde er ijzer uit de tapmond. Maar de temperatuur werd te laag en de inhoud stolde, oftewel ‘bevroor’.
Magiërs van het vuur
In de middeleeuwen maakte de smid harnassen en helpen voor edellieden en ook schatkisten met bijbehorende sleutels. Vol bewondering verwijst Van Elden naar het fijngedecoreerde en strak vormgegeven oppervlak van een harnas. Een borstkuras, in het midden 5 millimeter en aan de zijkanten 1 millimeter dik, met een kaarsrechte scherpe vouw. Van Elden denkt dat niemand dit meer kan maken. ‘Het vertoont geen spoor van de hamerslagen, geen primitief ambachtelijkheid’, zegt Van Elden. ‘Smeden, magiërs van het vuur, stonden in hoog aanzien, ze maakten de Rolls-Royces van de middeleeuwen.
Je moest ze te vriend houden, want ze stonden aan de basis van de macht. ‘In Oostenrijk en Tsjechië zijn de namen van beroemde smeden nu nog in brede kring als historische helden bekend. Ook buiten Europa, bijvoorbeeld bij de Dogon in Mali en bij andere Afrikaanse volkeren, genoten de smeden een hoog aanzien. Van Elden noemt het onderzoek van Marcel Griaule, een Fransman die vanaf de jaren dertig van de vorige eeuw langere periodes bij de Dogon verbleef. Griaule ontdekte dat de topografie van een Dogon-dorp de vorm heeft van een lichaam met armen, benen en een hoofd. Elk onderdeel heeft een sociale functie en het geheel representeert de rustende mens. De smidse ligt tegen de klif aan, op het hoogste punt van het dorp, als sikkelvormig keppeltje van het hoofd. Het is de overdekte plek waar de dorpsoudsten bij elkaar komen. Door het werken met het vuur werd het contact met de goden onderhouden. De smid en het vuur leverden de gereedschappen waarmee de mens kon overleven. De werkers, op de lagergelegen landerijen, hoorden de hamerslagen en wisten dat zij zich op hun arbeid konden concentreren.
Puddelijzer
In verband met een poging om door een van de vele goede smeden in Oost-Europa bijzonder hang- en sluitwerk te laten produceren, kwam Barten van Elden erachter dat smeden niet alleen geen zin hebben in productiewerk, maar ook dat het constructie-ijzer, dat nu voor smeedwerk wordt gebruikt, niet altijd geschikt is. Het is hard door relatief veel koolstof en vervuild door zwavel, silicium, fosfor en dergelijke. Bovendien is door bijmenging van autowrakken ook vanadium, chroom, et cetera, aanwezig. Het heeft in het vuur een betrekkelijk kort bestaan. Na een keer of tien in het vuur ‘koolt’ het te veel op, wordt het bros, de huis korrelig en het ijzer kan barsten of verbranden. De ziel is er dan uit. Vroeger werd puddelijzer gebruikt voor smeedwerk. In 1784 werd de werkmethode voor het eerst door Henry Cort in Engeland toegepast en is tot circa 1900 als grootschalig industrieel proces in gebruik gebleven. In een lange, horizontale oven werd over het ruwijzer een zuurstofrijke vlam gejaagd die de koolstof verbrandde. Hierdoor steeg het smeltpunt en werd de klomp steeds deegachtiger. In de zijkanten van de oven zaten luiken, zodat de zogenaamde puddelaars met stalen pennen in de jizermassa, met een temperatuur van circa 1450 graden, konden roeren. Het ruwijzer (met steeds minder koolstof) werd gedurende het proces dikker en tenslotte als een deegklomp uit de oven getrokken. Zo’n kluit werd in stukken gehakt en daar werden staven ‘puddelijzer’ van gesmeed. Bij het omsmeden ontstond een gelaagde structuur met slak tussen de lagen. Deze slak beschermde het ijzer tegen toetreding van zuurstof tijdens het verhitten en maakte het ijzer, samen met het koolstofarme ijzer, tot een goed materiaal voor smeedwerk. Het was welbaar, maar had door de gelaagdheid ook een zeker onbetrouwbaarheid. Het Duitse standaardwerk Die Stahlbibel, 1100 pagina’s, staat vol met formules en eigenschappen van staalsoorten voor de industrie.
Van Elden ontdekte een moderne ijzervariant die dezelfde zuiverheid en zachtheid had als het puddelijzer, zonder de nadelen daarvan. Samen met Piet Hoekstra liet hij dit in Engeland, en later in Zweden, walsen in maten die voor een smid bruikbaar zijn. Per maat wat tien ton voor een kleine walserij het minimum en zij hadden een stuk of twintig maten. Zij leverden een tijd lang in heel Europa, Israël en tot Japan aan toe.
Kunstenaar
In Midden-Europa zijn er manifestaties waar smeden bij elkaar komen, met concoursen en tentoonstellingen, met publiek op tribunes en een applaus voor een adequaat optreden. Van Elden: ‘Niet dat ze allemaal mooie dingen maken, want met goed ijzer en een hamer kun je nog lelijkere dingen maken dan met slecht ijzer.’ Door zijn gedegen materiaalkennis wordt Van Elden vaak als smid weggezet. Het speelt hem parten. Hij gebruikt wel de techniek, maar gaat zijn eigen weg als kunstenaar/vormgever. Hij zoekt naar mooie oplossingen en is vindingrijk om delen ijzer aan elkaar te verbinden. Om het ijzer op een sierlijke wijze in vorm te brengen, wordt het op de juiste plek warm gemaakt. Hij slaat het niet als een smid in een vorm, maar is meer aan het buigen en knippen. Het harde, zware materiaal is als was zijn handen. Hieronder staan een aantal opdrachten die de vaardigheid van de kunstenaar aangeven. De beschrijvingen tillen een tipje van de sluier op.
Banplein, Amsterdam
Het hek op het Banplein in Amsterdam is een ode aan het groen in de stad. De plek wordt omsloten en gekoesterd. Er zijn vier banken geplaatst waarvan de eikenhouten rugleuningen kunnen worden opgeklapt, zodat je altijd in het zonnetje kunt zitten. Het ontwerp is schijnbaar eenvoudig en gebaseerd op het idee ‘wanneer je niet wilt lassen moet je slim zijn’. De connectie is het ornament van de constructie. Het werk bestaat uit verticale strips en vier horizontale staven. In de verticale ijzerstrip van 60 bij 10 millimeter zijn met een plasmasnijder inkepingen gemaakt. De gesplitste strip is verhit en rondom een dummy stang van 34 millimeter worden doorgevoerd. De bovenste twee stroken van de gesplitste strip zijn links en rechts om de massieve stang gebogen. Het hek bestaat uit 32 segmenten die met een pen- en gatverbinding in elkaar zitten. Het geheel is gemonteerd op 66 betonplaten.
Zeven palingen, Alkmaar
Op een voormalige schoorsteen van de kunstuitleen in Alkmaar staat het 3 meter hoge beeld de Zeven Palingen. Om het gewicht te beperken, is er voor aluminium gekozen. De palingen zijn vooraf door een bedrijf uit 30 millimeter aluminiumplaat gesneden. Daarna zijn de palingen in alle richtingen tot een soort wolk gebogen, waarbij elke paling in zijn bek een andere vasthoudt. Een klinknagel door de verbinding in de kop fungeert als oog van de paling. Het aluminium is zwart gecoat en de koppen zijn verhuld met bladgoud.
Scheepstimmermanstraat, Amsterdam
De eenvoudige balustrade laat zien welk treffend resultaat een geklonken constructie kan opleveren. Van Elden: ‘Geklonken constructies schrijven de logica van hun eigen opbouw voor. Bij gelaste constructies hoeft dat niet, waardoor daar ook zoveel gedrochten uit voortkomen. Het lasapparaat heeft, behalve zijn fantastische mogelijkheden, ook veel verschraling gebracht.’ Het afschuren van de lassen en dergelijke kon vervallen, het is daarom maar de vraag of het klinken veel meer werk is geweest. Klinknagels worden helaas alleen in klein maten gemaakt en de apparatuur waarmee de dikke klinknagels pneumatisch werden geklonken, zoals bij bruggen en viaducten, is verdwenen.
Het Veem, Amsterdam
Voor het Veen, een in 1981 gekraakt pand en gerenoveerd tot bedrijfsverzamelgebouw in Amsterdam, heeft Van Elden de trappen, balie en postvakken ontworpen. De metaalconnecties zijn anders dan gebruikelijk. Voorbeeld: een verbindingsgas is gedeeltelijk afgedraaid, door het boorgat van de metaalstrip heen geslagen en daarna is aan de achterkant de kop gesmeed. De verbinding is helder, als ornament van de constructie vormgegeven en daarmee geaccentueerd. Het oppervlak is onbewerkt gebleven, een beetje siliconenwas biedt voldoende bescherming. Van Elden stelt: ‘Ik word gek als ik een achterkant van een mobiele telefoon moet openmaken zonder te weten of het dekseltje naar boven of naar onderen geschoven moet worden. Zonder te zien waar die plastic haakjes zitten of waar je op moet drukken om het te ontgrendelen. Ik wil zien hoe dingen in elkaar zitten en ik wil het laten zien.’ Hij ontwerpt en werkt volgens dat principe en laat zo de absolute schoonheid van een verbinding tot zijn recht komen.
Foto's
- Hek en banken op het Banplein, contructie van Barten van Elden, Amsterdam 1999
- Zeven Palingen (2001), Aluminium, bladgoud, ca. 3 m.
- Trappenhuis, constructie van Barten van Elden, het Veem in Amsterdam.