In kM 134 staat het thema ‘Water’ centraal – een editie waarin kunst en water op uiteenlopende manieren samenkomen. Opmerkelijk is dat dit thema ook 15 jaar geleden de rode draad vormde, in kM 76. We blikken terug op een artikel uit deze editie 15 jaar geleden.
Om de vijf jaar wordt in Museum Boijmans Van Beuningen de installatie 'Notion motion' van de Deense kunstenaar Olafur Eliasson opgesteld. Jaap Guldemond, senior conservator moderne en hedendaagse kunst van Boijmans Van Beuningen, initieerde het project en was verantwoordelijk voor de realisatie.
Olafur Eliasson (Kopenhagen, 1967) woont en werkt in Berlijn, het is zijn uitvalsbasis voor wereldwijde tentoonstellingen en opdrachten. Jaap Guldemond nodigde Eliasson uit om een specifieke installatie voor de Bodonvleugel van Museum Boijmans Van Beuningen te ontwikkelen. De drie grote zalen, ontworpen door Alexander Bodon, hebben een totaal oppervlak van 1200 vierkante meter. De ruime architectuur met het relatief lage plafond viel Eliasson op. Het correspondeerde voor hem met het Hollandse laagland: laag, vlak en open. Bij de ontwikkeling van de installatie ligt nog een tweede laag ten grondslag. Vanuit de schilderkunst is het Hollandse licht vermaard, het intensieve licht dat verbonden is met water en reflecties.
Notion motion
De drie zalen zijn als één installatie ontworpen, maar de drie onderdelen zijn ook afzonderlijk te presenteren en waren, mogelijk als zakelijk idee, ook los verkoopbaar. In de eerste zaal is recht tegenover de ingang een wandvullend lijnenspel van lichte golfjes. Het zwart-wit beeld lijkt in eerste instantie op een filmprojectie. De vloer is verhoogd en bestaat uit brede, houten planken, die in de dwarsrichting zijn gelegd. Op een zestal plaatsen steken een stel planken een paar centimeter omhoog. Die planken kunnen door het gewicht van een bezoeker gemakkelijk naar beneden worden gedrukt. Een paar keer trappen en het filmbeeld wordt beïnvloed. Recht tegenover de bewegende planken worden de golven heftiger. Op de wand verschijnt een beeld dat aan de vloedgolven refereert. Na een poosje kabbelt het golvenspel weer rustig voort. Het filmdoek hangt halverwege de zaal en achter het doek staat een laag, trapeziumvormig bassin dat met tien centimeter water is gevuld. Aan het eind van de zaal staat, op een driepoot, een grote filmlamp. De lamp is op het water gericht en het waterbeeld reflecteert uitvergroot op het doek. Het naar beneden duwen van de planken brengt via stangen golfopwekkers in beweging, die de rimpelingen op het wateroppervlak veroorzaken. De houten vloer is een verbindend element en loopt door naar de tweede zaal. De grote filmlamp aan de rechterkant is direct zichtbaar. Een zwart scherm met een scherpe, smalle, horizontale spleet vlak voor de lamp kadert het licht af dat op een langwerpig waterbassin staat gericht. Aan de kopse kanten van het bassin treft men weer beweegbare, houten delen aan. Het licht dat op het water valt, kaatst, opnieuw afgekaderd, ditmaal door een horizontale spleet in een tussenwand, naar de linker zaalwand. De tussenwand staat in het verlengde van het projectiescherm en loopt parallel aan het bassin. De beweging van de planken veroorzaken in dit geval niet golven die je tegemoetkomen, maar golfjes die met je mee lopen. Een stevige trap op de planken veroorzaakt een heftige uitslag van de sinusvormen, die op ooghoogte op de wand verschijnen. De schaduwen van mensen die door de lichtbundel lopen, geven een beeld van een zee bij maanlicht.
De derde zaal is het minst interactief. De bezoeker kan zijn weg vervolgen op de houten vloer. De filmlamp staat nu aan de linkerkant en schijnt door een rechthoekige opening van de tussenwand op het waterbassin. De schaduw van bezoekers valt op het water en reflecteert bovendien ondersteboven op de wand. Op een derde van het bassin hangt een spons aan een draadje te bungelen. De draad wordt via katrollen geleid en door een zwarte, ronddraaiende schijf met een pinnetje omhooggetrokken. Het pinnetje staat zo afgesteld dat de draad na elke omwenteling losschiet en de spons in het water plonst. Op de wand verschijnen grote, zwart-witte kringen. De spons gaat weer de lucht in en druppelt nog wat na.
Kijkje achter de schermen
Jaap Guldemond legde in de tijd dat hij nog bij het Kröller-Müller Museum werkte de eerste contacten met Olafur Eliasson. Hij wilde graag weten hoe een kunstenaar, die natuurlijke fenomenen zo weet te sublimeren, met een museale ruimte, gelegen in een natuurgebied, zou omgaan. Het 'Weather'-project voor Tate Modern, een bundel van goudgele tl-lichten in de vorm van een reusachtige zon in de Turbine Hall (realisatie 2003), legde beslag op Eliasson en ondertussen vertrok Guldemond naar Rotterdam. Het contact bleef behouden en Eliasson had na Tate ruimte om een specifiek werk voor Boijmans te ontwikkelen. Voor die tijd had de kunstenaar in het kader van Manifesta I in 2002 een tijdelijke installatie in de tuin van Boijmans verzorgd.
In 2003 plaatste hij ter gelegenheid van de opening van de nieuwbouw, ontworpen door de Belgische architecten P. Robbrecht en H. Daem, Sent Wall, een tijdelijk kunstwerk bestaande uit een muur van geurende planten, op de binnenplaats van het museum. De wisselwerking tussen de curator Jaap Guldemond, die de ruimte op zijn duimpje kent en de artistieke kwaliteiten van de kunstenaar aanmoedigt, en de kunstenaar Olafur Eliasson, die in het atelier in Berlijn onderzoek verricht naar vormen van lichtreflecties en watergolven, verliep optimaal. Eliasson heeft wetenschappers in dienst die voorspellingen deden over het verloop van lichtgolven en de uitslag van de sinusoïde. Zij ontwikkelden en testten proefopstellingen. In kleine waterbassins (2 x 5 meter en 2 x 10 meter) werd geëxperimenteerd met lichtreflecties, hoogtes van openingen en het inkaderen van een lichtbron. Het felle licht van een 6000 watt filmlamp leverde een voldoende scherp lijnenspel op. Bouwkundig tekenaars van Eliasson maakten voor de wanden, inclusief de vorm van de 'slits' (spleten) en waterbassins, werktekeningen waar een aannemer onder ver-antwoordelijkheid van Boijmans mee aan de slag kon.
Zaal 3 Notion motion (2005), hout, rubber, lampen, water 3240 x 1034 cm. Foto: Hans Wilschut
Schenking H+ F Mecenaat 2005.
Water
Eliasson leverde drie filmlampen, transformatoren, golfopwekkers en een draaischuif plus spons. Extra aandacht vroeg de folie van de waterbassins. Het moest kwalitatief sterk zijn, zwart, zonder reflecterende eigenschappen. De natuurspons die Eliasson had meegenomen nam niet snel genoeg water op, waarna hij koos voor een gewone huishoudspons. De hoek en de hoogte van de lamp werden in het museum precies afgesteld. De bundel licht werd met flappen en tape afgekaderd. Niet voorzien was dat het water snel vervuild raakt. Kleine stofjes op het wateroppervlak worden enorm uitvergroot geprojecteerd. De in het kraanwater aanwezige eiwitten, gecombineerd met de beweging van de golfopwekkers, veroorzaakten schuimvorming. Biologische middelen om algengroei tegen te gaan, werkten niet. Elke week werd de bodem van de bassins schoongemaakt en 21.000 liter water wordt met speciaal aangeschafte pompen ververst. Rondom de bassins lag een detectiekoord om mogelijke lekkage direct te kunnen signaleren. Eliasson vindt dat de golfopwekkers ongedempt kunnen werken. Ook al betekent dat, wanneer je op de planken blijft springen, de golfbewegingen verdwijnen en je alleen ruis ziet.
Concept
In 2005 heeft H+F Patronage, opgericht door schrijver en collectioneur Han Nefkens, het werk 'Notion motion' aangekocht, om het vervolgens aan Museum Boijmans Van Beuningen te schenken, onder de voorwaarde dat het elke vijf jaar wordt getoond. Jaap Guldemond geeft een toelichting: het concept is aangekocht, want het heeft geen zin om de materialen te bewaren en op te slaan. Het concept beslaat twee A4'tjes en geeft middels technische tekeningen van de Bodonzalen de essentialia van het werk aan; water, licht, houten vloer, golfopwekkers, spons, et cetera. De houten planken en de doorlopende muur worden na afloop van de tentoonstelling afgestoten. Vervanging ten gevolge van slijtage en opslagkosten zijn hoger dan de nieuwprijs. De metalen golfopwekkers worden wel bewaard, maar kunnen ook worden vervangen. In overleg en na discussie met de kunstenaar zijn de parameters vastgelegd waaraan het werk bij herinstallatie altijd aan moeten voldoen. Een aantal van deze zijn: uitvergroten en verkleinen is mogelijk, de interactie, aanwezigheid van publiek is een onderdeel van hetwerk, de projectie van de schaduw van bezoekers en het wandvullende projectiescherm geeft de maatvoering indirect aan, de houten planken moeten lokaal verkrijgbaar zijn, dus geen exotisch hout, de lamp mag veranderen, het specifieke, scherpe, witte licht is wel bepalend. Alles is genoteerd: materialen, maten, verhoudingen, mechaniek, dwarsdoorsneden, technische tekeningen. Het werk kan over vijftig jaar nog zo in Boijmans worden opgesteld. In 2015 kan een nieuwe generatie museumbezoekers het werk ervaren en bewonderen. En ook voor een derde keer zal de wandeling door 'Notion motion' een imponerende beleving zijn.
kM 134 met het thema 'water' is nu verkrijgbaar op onze website. Bestel het nummer hier!