In kM 135 staat het thema ‘Aarde’ centraal . Van grond, stof, pigment tot onze planeet. 15 jaar geleden vormde dit thema ook de rode draad, in kM 74. We blikken terug op een artikel uit deze editie 15 jaar geleden.
Het werk van Thom Puckey treft. En dat is precies wat de kunstenaar beoogt: de toeschouwer raken en met kracht treffen. Stap voor stap creëert de kunstenaar zijn werk, uiteindelijk uitgevoerd in marmer, in de vorm en positie die mogelijk is.
Figuratieve beelden uitvoeren in marmer is gevaarlijk in de hippe kunstwereld, het wordt als traditioneel of zelf achterhaald bestempeld. De figuratie is voor Thom Puckey (1948, woont en werkt in Amsterdam en Malva, Toscane, Italië) een keuze om afstand te nemen van de verleidingen van de opdrachtenwereld. Een tegendraadse houding waar hij sinds 2007 stevig op heeft ingezet.
Nieuw marmer
Thom Puckey grijpt terug op de kunstgeschiedenis, schakelt vooruit en benut elementen uit de popcultuur. Een ijkpunt uit het verleden is voor Puckey het werk van de laatneoclassicistsche, Italiaanse beeldhouwer Lorenzo Bartolini (1777 – 1850), het begin van de Romantiek. Van Bartolini is het werk Nimf en de schorpioen in het Louvre karakteristiek. Het is accuraat en de details zijn aandachtig uitgewerkt. De hand van de nimf grijpt haar voet en knijpt met duim en wijsvinger in de huis. Het koele marmer wordt gevoelig en aanraakbaar. Bartolini gebruikte vaker de combinatie van het beeld van de vrouw met het dierlijk gevaar. IN een ander beeld laat Leda zich ongegeneerd door de zwaan nemen. Puckey volgt graag de neoclassicistische, antibarok-regel: niets verbeelden dat niet als duidelijke vorm in de realiteit te ontdekken of te verzinnen is. Geen gebeeldhouwde wolken, vlammen, zwevende heiligen, et cetera. Wel bizarre voorstellingen, de mens is duidelijk in staat om zich op allerlei bizarre manieren te gedragen. Dat is ook de realiteit, hoe vreemd dan ook. Verder intrigeert het genre girls ‘n’ guns uit de popcultuur hem. De uitdagende poses van schaars geklede, of geheel naakte, Amerikaanse babes met zware bewapening en schietoefeningen in bikini’s horen daarbij. Schoonheid en geweld gaan hand in hand.
Een derde fascinatiepunt van Puckey zijn de oorlogsmonumenten. In Italië zijn vooral ter herdenking van de Eerste Wereldoorlog in kleine dorpen veel monumenten te vinden. Oorlogsmonumenten dienen in de eerste plaat niet om schoonheid uit te drukken, ze bieden ruimte voor emoties. Het zijn herdenkingsplekken en een locatie waar de overheid een krans kan plaatsen. De uitvoering van dit soort beeldhouwwerk raakt volgens Puckey het werk van Duchamp. Uniformen met knopen en insignes zijn tot in de puntjes nagemaakt, handgranaten zijn in schoon wit materiaal precies één op één uitgevoerd. Een kenner zal aan het patroon van de zolen onder de laars het merk kunnen herkennen. Het is een Readymade in steen.
Opleiding
Thom Puckey volgde opleidingen aan de Croydon College of Art, Slade School of Fine Art en Royal College of Art (1966 – 1975). Tijdens deze opleidingen was het ondenkbaar dat er interesse in marmer bestond. Momenteel is er een herontdekking gaande, een klassiek materiaal blijkt ook modern. Tijdens de tentoonstelling ‘Italics’ in Palazzo Grassi in Venetië in 2008 toonde Maurizio Cattelan All, een serie van negen liggende sculpturen uit hagelwit Carraramarmer. Marc Quinn laat werk, zoals beelden van de onmogelijke yogahoudingen van Kate Moss, in marmer uitvoeren. Deze nieuwe marmeren beelden zien er anders uit dan in een museum, ze zijn helder en de gelige waslaag ontbreekt.
Puckey stuurt – zoals anderen soms wel doen – geen bodycasts, het natuurgetrouwe siliconen-afgietsel van een mens, naar Italië om daar in steen te worden gekopieerd. Integendeel, hij werkt direct van het model, op een klassieke manier. Zijn werk van model naar marmer beslaat vele fases.
Model
Thom Puckey werkt niet al te lang met één model, het wordt na een tijdje saai en nieuwe ideeën vereisen nieuwe gezichten. Hij wil niet dat één gezicht zijn werk te lang bepaalt en vraagt daarom regelmatig academiestudenten of jonge kunstenaars als modellen. Vaak zijn het performancekunstenaars, De samenwerking met een andere kunstenaar vindt hij essentieel: er is meteen empathie.
Onder een zekere druk vindt een eerste afspraak plaats met het model. Er moet tempo worden gemaakt. Puckey bespreekt een voorlopig idee van het model. Er volgen een aantal poses. Alles wordt met de camera vastgelegd. Het model geeft feedback en bedenkt andere houdingen. Puckey geeft aan dat hij, door deze onderlinge interactie, door het model zijn eindbeeld ziet. Ter ere van het model noteert hij vaak de initialen of naam van het model in het werk. De titels van de werken die nu in mallen naar Italië zijn gegaan, dragen met goedkeuring van Kim de Weijer, Isabelle Schiltz en Miriam Temme hun namen of initialen.
Klei
Puckey modelleert het model in klein levensgroot uit. De klei wordt over een armatuur van ijzer aangebracht. De opbouw van de klein is in eerste instantie te vergelijken met het uitzetten van contourlijnen in een 3D-computerprogramma. Met klei wordt een muur opgebouwd die de hoogste punten van een lichaamsdeel volgt en kruislings op dit muurtje (te vergelijken met een kartonnen 3D-figuur) wordt het andere muurtje gezet, dat ook de hoogste punten volgt. De (vier) ruimtes tussen de kleimuren worden gevuld en gemodelleerd. Zo ontstaat de driedimensionale versie van het model. Puckey heeft deze methode met hoogtelijnen ontwikkeld. Hij zegt dat in leerboeken weer andere werkwijzen staan, die meer vanuit vlakken zijn bedacht. Slordigheden en fouten in het opmeten kostten in het verleden veel tijd. Vanaf de start direct zeer accuraat te werken, geeft voldoening en betaalt later in tijd terug. De afmetingen van wapens worden, via gegevens die op internet beschikbaar zijn, overgenomen. In Italië worden echte op imitatiewapens gebruikt om die over te brengen in marmer.
Gipslagen
Nadat het kleimodel klaar is, wordt bekeken hoeveel maldelen er nodig zijn om er een beeld in gips van te maken. De volgende afwegingen spelen een rol. Grote mallen zijn dik, zwaar en leveren naderhand veel hakwerk op. Het maakproces gaat echter vlot. Het maken van een maldeel, onafhankelijk van de grootte, vraagt bijna altijd evenveel tijd (een uur of drie). Kleine mallen zijn dunner, hanteerbaarder en maken naderhand het uitpellen om het gipsbeeld bloot te leggen, eenvoudig. Puckey kiest er meestal voor om één grote mal te maken - meestal het ruggedeelte - die als matrix kan dienen en vijf tot zes maldelen te maken. In het kleilichaam worden dunne plaatjes blik gestoken die de begrenzing van het eerste maldeel bepalen. Op het kleimodel worden van gips twee schriklagen (bij het uithakken dienen deze lagen als waarschuwing dat het oppervlak van het gipsmodel bijna is bereikt) aangebracht. De eerste laag is 1,5 millimeter, gekleurd met rood ijzeroxide. De tweede schriklaag is wat dikker en met zwart ijzeroxide grijs gekleurd. Dan volgt een dunne laag van een centimeter witte gips. Langs de randen en over het midden wordt betonijzer aangebracht. De uiteinden worden aan elkaar gelast. Over het ijzer komt nog een dikkere laag gips. De totale maldikte bedraagt dan drie tot vier centimeter. De lagen moeten enigszins zijn uitgehard. Dan is er sprake van een lichte, onderlinge hechting en vormen de lagen schillen als van een ui. Wanneer de dunne schriklaag is uitgehard, voordat de volgende laag wordt aangebracht, is de onderlinge hechting van het gips onvoldoende en blijft de dunne schriklaag later (deels) op de klei kleven en is het oppervlak van de mal niet gaaf. Wanneer het gips nog vochtig is, is er geen schilopbouw en wordt het één massa.
Een klein team, met Thom Puckey als hoofdmallenmaker, is bezig met al het gipswerk: emmers gips aanmaken, kleuren, aanbrengen, versterken met betonijzer, lassen. Na het uitharden van elk maldeel wordt in de randen een aantal negatieve vormen (sleutels) ter grootte van een euro gemaakt. De mal die volgt, krijgt op deze wijze positieve, halve bolvormen. Later zijn de losse mallen dan goed met lijmklemmen te fixeren wanneer ze ten behoeve van het gipsmodel in elkaar worden gezet. Aan de randen van een mal worden met stukjes klei een paar 'wiggaten' gecreëerd. In een wiggat wordt, wanneer alle mallen het kleimodel bedekken en het gips is uitgehard, een houten wig geplaatst. Voorzichtig wordt de wig ingetikt. De naden tussen de mallen breken dan langzaam open. De houten wig wordt verwijderd en die plek kan als gietkanaal worden gebruikt. Dit leidt water tussen de mallen en het kleimodel, waardoor de kleioppervlakte in het water oplost en de mallen gemakkelijker verder opengaan. De klei moet vervolgens uit de mallen worden verwijderd en kan worden hergebruikt. Puckey wast de mallen op de binnenplaats en laat die vervolgens een halve dag drogen. Het lossingmiddel voor gips is een beproefd recept en bestaat uit drie gelijke delen: water, groene zeep en slaolie. Dit mengsel wordt opgekookt tot een homogeen papje. Met een kwast wordt het lossingmiddel aangebracht. Het kan er een paar uurtjes intrekken alvorens met doeken de dikke restanten weg te halen. Voor het maken van een mal vindt Puckey Prestia-gips van Lafarge (leverancier Van der Pol, Amsterdam) het meest geschikt. Voor het gipsmodel heeft het hardere Hebor Hartform-gips uit Duitsland (leverancier Keramikos, Haarlem) de voorkeur.
Gipsmodel
Het gipsmodel wordt hol opgebouwd, dat kan per maldeel gaan. Allereerst wordt de zogenaamde inspetterlaag aangebracht, die alle details bereikt. Dan volgt een laag die met hand wordt opgezet en vervolgens een laag met in gips gedrenkte 'vogelnesten' uit vlas (NB dus geen jutte). Ter versteviging wordt een constructie van betonijzer aangebracht. Zeker bij de enkels en armen is die versterking noodzakelijk. Het ijzer wordt met, in gips gedrenkt, vlas aan het gips vastgeplakt. Het ijzer is voldoende met gips bedekt zodat het niet door het oppervlak schemert. Nadat het gips is uitgehard, wordt mal voor mal het gipsmodel uitgehakt, als een ui worden de lagen van de mal afgepeld. De twee schriklagen doen hun werk. De kunstenaar maakt daarna de randen van de verschillende mallen passend en de onderdelen worden aan elkaar gezet. Thom Puckey last het betonijzer aan elkaar en vult de naden op. Hij stelt dat alles in gips op te lossen is. De laatste fase in gips is het drogen van het model (minimaal 5 dagen) en het daarna afschuren met raspen en schuurpapier. De luchtbelletjes worden gevuld met een snel vulmiddel uit de bouwmarkt.
Eerste klasse statuaria
Het gekozen marmer heeft een 'statuaria'-klasse, de hoogste kwaliteit: egaal wit, fijnkorrelig, zonder aders is niet noodzakelijk. De marmerblokken die de Italiaanse steenhouwer Nicòla Stagetti' samen met de kunstenaar uitzoekt, hebben een gunstige prijs/volume-verhouding. (de prijs van eerste klasse statuaria bedraagt ongeveer 2.000 euro per m³, een gewicht van ongeveer 2.500 kilo.)
Het marmer is crèmewit van tint met lichte, groengrijzige aders. De oppervlaktestructuur bevalt Puckey bijzonder goed. Je kunt tot bijna een halve centimeter door het glazige oppervlak heenkijken. 'Het lichaam in blank marmer is ontdaan van bloed en toch weet het een lichaam als levend te representeren', stelt Thom Puckey. De homogene structuur maakt een gedetailleerde afwerking met een luchtbeitel - het afpellen van de laatste lagen - bijzonder goed mogelijk. Het oppervlak van het hagelwitte, Griekse kristallino vindt Thom Puckey te grofkorrelig. Andere materialen, zoals polyester of gips, bezitten niet het gewenste oppervlak en de gewenste structuur. Gips heeft een dicht oppervlak en weerkaatst al het licht. Een polyesterbeeld met een natuurgetrouwe kopie van bijvoorbeeld de haarinplant, rimpels en zelfs met zand onder de nagels, mist de transluciditeit en de diffuse lichtverstrooiing dat een beeld van marmer tot leven kan brengen. Indien mogelijk worden alle delen, ook de wapens, uit hetzelfde blok gehakt. Het sculptuur bestaat uit één blok. In het werk A. V. with Knife and RPG-7 kan, om risico's te minimaliseren, het blad van het mes uit de schede worden getrokken en zijn er twee reservebladen gemaakt.
Italië
Het komt wel voor dat bij transport een gipsen beeld toch beschadigd raakt, daarom geeft Puckey er de voorkeur aan om het gips in Italië af te werken. Hij stuurt alle onderdelen op en zet het beeld in Italië in elkaar. Marble Studio Stagetti wil het gipsmodel op ware grootte zien om een blok uit te kiezen. Puckey vertrouwt de expertise van de steenhouwer om een blok te keuren, maar is er vaak zelf bij wanneer dit wordt gedaan. Deze schat in hoe een ader loopt en beoordeelt of een barst aan de buitenkant ook naar binnen doortrekt. Er wordt geen garantie op het blok gegeven. De kunstenaar koopt een steen van drie tot vijf ton om uiteindelijk een sculptuur met een gewicht van 500 kilo neer te zetten. De vorm of aders van de steen zijn voor Thom Puckey niet leidend. Er wordt nooit in een steen gehakt - hij noemt die directe methode 'gespierd marmerwerk' - voordat het stadium van het gipsmodel helemaal is afgerond, zodat het eindbeeld duidelijk is. Tot recent nam een assistent van Stagetti met het ouderwetse punteersysteem alle hoge punten van het gipsmodel over en haalde zo het beeld uit de steen. Dat proces nam een week of zes in beslag. Stagetti is sinds dit jaar begonnen het werk grotendeels te automatiseren. Met een 3D-handscanner worden drie vaste punten opgenomen en het oppervlak van het gipsmodel afgetast. Via een computer worden de opgeslagen data naar een freesmachine gestuurd. Een robotarm pelt foutloos in vijf dagen tijd met diverse ronddraaiende freesmessen de steen af, tot een halve centimeter (of minder zelfs) van het oppervlak van de sculptuur. Puckey ziet hierin grote voordelen. Het kost minder tijd en tijdens het werk van een steenhouwer of assistent kunnen er toch kleine fouten insluipen. De laatste millimeters worden met een luchtbeitel afgepeld. Daarbij wordt aan de uitwerking van het gezicht veel aandacht besteed en met het vertrouwde punteerapparaat de maten extra gecontroleerd. Puckey is er zelf in deze laatste fase zo mogelijk bij en werkt intensief mee, meestal met behulp van zijn vrouw, de beeldhouwer Elisabet Stienstra. Op deze manier wil hij ervoor zorgen dat de allerlaatste keuzes, zijn keuzes zijn.
Vrijgevochten
Het werk van Thom Puckey is noch op geweld, noch op erotiek opzettelijk gericht, maar hij geeft toe dat anderen het zo kunnen interpreteren. Het zit op de lijn van beelden van vrijgevochten zelfstandige vrouwen, zoals de Amazonekoningin Penthesilea, Diana de jaagster en Jeanne d'Arc, maar ook meer ambivalente figuren zoals Bonnie Parker en Patty Hearst. Zijn werk heeft connecties met de kitsch en low culture en begeeft zich in het domein van high culture. Thom Puckey beaamt dat zijn werk een gecompliceerd gebied met controverses aansnijdt; het lichaam van een jonge vrouw, ontbloot en bewapend. Voor Puckey is de buitenkant uiteindelijk slechts een omhulsel, een gordijn. Is de aandacht eenmaal gevangen, dan moet je het gordijn wegtrekken en verder kijken om de essentie van kunst te zien: vrijheid, openheid, het niets, het verhaal bereikt zijn eindpunt.
Foto's
1 M.T. with pistol (2008), statuaria marmer, levensgroot. Foto: Peter Cox
2 A.V with Knife and RPG-7: klaar voor het aanbrengen van het laatste maldeel, Amsterdam. Foto: Thom Puckey
3 Falling Figure with 2 Carbines: uithouwen in marmer, Pietrasanta. Foto: Thoms Puckey
kM 135 met het thema 'aarde' is nu verkrijgbaar op onze website. Bestel het nummer hier!