Druk enter om te zoeken

May 27 2022
Heidi Vogels, 'Tighmert', 2017, video.
Heidi Vogels, 'Tighmert', 2017, video.

Heidi Vogels schakelt tussen Marokko en Amsterdam

Heidi Vogels schakelt tussen Marokko en Amsterdam

De nomadische resident

Categorieën: Gastateliers, Interview, kM 110, Magazine, Monika Auch, en Video

Tags: Heidi Vogels en TransArtists

Heidi Vogels (1978) is beeldend kunstenaar en filmmaker. Sinds 2003 is ze ook de coördinator van AIR Platform NL voor TransArtists. TransArtists is opgericht in 1997 en sinds 2013 onderdeel van DutchCulture. Jarenlang reisde Vogels over de wereld en bezocht talrijke residenties. Haar prachtige, poëtische video’s concentreren zich rondom Marokko. Als mede-initiatiefneemster van projecten is ze een schakel tussen Marokko en Amsterdam geworden.

> Neem een abonnement op kM

Lees dit artikel in kM 110 over Gastateliers.

kM is een tijdschrift met materiaaltechnische informatie over beeldende kunst.

Artikelen van deze auteur

Pods embed error: Pod not found

Adressen van organisaties die zich bezighouden met nalatenschappen

Er zijn in Nederland heel wat plekken waar men zich bezighoudt met nalatenschappen op het gebied van kunst en cultuur. kM zet de adressen voor je op een rijtje. Lees meer over nalatenschappen in kM 108.

Artdata
Saskia Leefsma
T: +31(0)-649422779
E: s.leefsma@artdata.nl
Mondriaan Fonds
Brouwersgracht 276
1013 HG Amsterdam
T: 020-5231523
E: info@mondriaanfonds.nl
Regionaal Historisch Centrum Eindhoven
Postadres: Postbus 191, 5600 AD
T: 040 – 2649940
E: info@rhc-eindhoven.nl
Art Intercession
Kerkdam 5
2361 GK Warmond
T: 071-3013574
E: lvdm@art-intercession.nl
Nationaal Archief
Prins Willem Alexanderhof 20
2595 BE Den Haag
T algemeen: 070-3315400
E: via de website
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Postbus 1600 | 3800 BP Amersfoort
T: (033)-4217456
E: info@cultureelerfgoed.nl
brabants kenniscentrum kunst
en cultuur
Spoorlaan 21 i-k
5038 CB Tilburg
T: 013-7508434
E: b.veldhuizen@bkkc.nl
Nederlandse Galerie Associatie
Westeinde 22
2512 HD Den Haag,
T: 070-3605001
E: nga@xs4all.nl
Stichting Behoud Moderne Kunst
Hertogstraat 5
5211 AN ’s Hertogenbosch
T: 06-53586712
Boekmanstichting
Herengracht 415
1017 BP Amsterdam
T: 020-6243736
E: via de website
Onterfd Goed
Speelheuvelweg 1-01
5652CH Eindhoven
T: 06-51995393
E: info@onterfdgoed.nl
Stichting Digitaal KunstBeheer
E: kantoor@digitaalkunstbeheer.org
> naar website
Erfgoed Brabant
Waterstraat 16
Postbus 1325, 5200 BJ ’s-Hertogenbosch
T: (073)-6156262
E: info@erfgoedbrabant.nl
PACKED vzw – Expertisecentrum Digitaal Erfgoed
Delaunoystraat 58
bus 23 1080 Brussel (België)
T: +32-(0)2 217 14 05
Streekarchief
Land van Heusden en Altena
Postadres Postbus 79, 5256 ZH Heusden
T: 0416-661901
E: info@salha.nl
Janivo Stichting
Sparrenheuvel 36
3708 JE Zeist
T: 030-6937575
E: info@janivo.nl
Pallas kunst- en boedeltaxatie
Kerkdam 5
2361 GK Warmond
T: 071-3013574 en 06-42489503
E: info@pallastaxatie.nl
Verbeke Foundation
Westakker
9190 Kemzeke (Stekene), België T: +32 (0)3/789.22.07
E: info@verbekefoundation.com
Kenniscentrum Digitaal Erfgoed
Prins Willem-Alexanderhof 5
2595 BE Den Haag
T: 070-3140343
E: den@den.nl
Provinciaal Brabants Historisch Informatie Centrum
Postbus 81, 5201 AB
‘s-Hertogenbosch
T: 073-6818500
E: info@bhic.nl
Vereniging van Estate Planners in het Notariaat
Postbus 16020, 2500 BA
Den Haag
T: 070-3307222
E: info@epn-notaris.nl
Koninklijke Bibliotheek
Prins Willem-Alexanderhof 5
2595 BE Den Haag
T: 070-3140310
E: via de website
Regionaal Archief Tilburg
Postbus 4265, 5004 JG Tilburg
T: 013-5494570
E: info@regionaalarchieftilburg.nl
Landelijk Archief RKD
Prins Willem Alexanderhof 5
2595 BE Den Haag
T: 070-3339777
E: info@rkd.nl
Regionaal archief West-Brabant
Bezoekadres: Beukenlaan 1d,
4731 CD Oudenbosch
T: 0165-331283
E: via de website
Lees meer

kM 112: De grenzen van glas

In deze kM over Glas vertelt onder meer Evert Nijland over zijn fascinatie voor glas en de uitdaging om met dit materiaal te werken. We doen een greep uit de inhoud!

Glasblazer

Als sieraadontwerper werkt hij al jarenlang samen met glasblazer Edwin Dieperink: ‘Edwin is zo vertrouwd met het materiaal, zijn handen denken in glas’, aldus Evert. ‘Ik heb er wel gevoel voor ontwikkeld, omdat ik er al twintig jaar met mijn neus bovenop zit, maar hij voert altijd uit en ik ben er altijd bij.’ Daarom vind je op de cover en op de volgende pagina’s prachtige foto’s van kunstenaar én ambachtsman.

Jan Koen Lomans

Een ander mooi interview is dat met Jan Koen Lomans die al geruime tijd met het idee speelde om twee diametrale materialen met elkaar te laten samensmelten: glas en textiel. ‘Eigenlijk kun je die materialen natuurlijk niet samenbrengen, want het smeltpunt van glas ligt rond de 800 ºC en textiel brandt al bij 200 ºC, dus dat was wel een uitdaging.’ De oplossing voor die uitdaging bleek te liggen in het weglaseren van stof, die vervolgens veel minder gevoelig bleek voor verbranding bij het ‘fusen’ tussen glas. Dit onderzoek leverde Lomans de titel professor in practice op aan een universiteit in Wales.

Andere artikelen

Voor dit glasnummer bezochten we tevens de expositie ‘Glasstress’ tijdens de Biënnale van Venetië, onderzochten we de gezondheidsrisico’s die kleven aan het werken met glasvezel, en duiken we in twee veelvoorkomende vormen van glasziekte: weeping glass en crizzling glass. Ook spreken we Caroline Prisse, directeur van de Van Tetterode Glasstudio – ‘We zetten ons in om het uiterste uit het materiaal te kunnen halen’ –, en Judith Roux over haar glasinstallatie On the Way, een fragiel en ruimtevullend kunstwerk. Roux studeerde in 2018 af aan het jubilerende The Large Glass Department van de Gerrit Rietveld Academie. ‘Tot hoe dun kan ik gaan?’ vroeg ze zich af. Met de gasbrander als haar potlood probeert zij in haar werk ‘de grens van verdwijnen op te zoeken’. 

Kortom: in deze kM worden de grenzen van glas volop opgezocht!

> Bestel dit nummer

Cta abonnement kM 112

Lees meer

kM 113 over Printmaking

In deze kM over printmaking vertelt Hansje van Halem over haar ontwerppraktijk. We doen een greep uit de inhoud!

Schutbladen

In de loop der tijd heeft Hansje van Halem een heel divers portfolio opgebouwd. Ze ontwerpt onder meer posters en covers van boeken. Haar ontwerpen van schutbladen waren aanleiding voor een opdracht in de openbare ruimte, waardoor je nu ook een hek bij Schiphol en bestrating bij het Pieter Baan Centrum ziet naar ontwerp van Van Halem. Posters blijven belangrijk voor haar, ook al is er geen markt voor posteropdrachten, ze vormen een schatkamer voor toekomstig werk: ‘Een belangrijk inzicht voor mij was dat zelfgeïnitieerde projecten prima resultaten voor de beroepspraktijk opleverden, waar je uiteindelijk een boterham mee kunt verdienen.’

Steendrukkunst

We spreken meester-steendrukker Gertjan Forrer, die in het kader van project XXL Litho samenwerkte met drie jonge beeldend kunstenaar. Zij hadden weinig tot geen ervaring in de druktechnieken; een experimentele benadering die Forrer wel weet te waarderen. ‘Voor kunstenaars die van een directe werkwijze houden, is de steendrukkunst ideaal.’

Haarlijnen op diploma

Voor de rubriek Jong vertelt Stepan Lipatov over het ontwerp dat hij heeft mogen maken voor het Bachelor-diploma van de Gerrit Rietveld Academie. In zijn ontwerp wilde hij van alle eindexamenstudenten één haar verwerken. De uitdaging bij dit project was om zulke dunne ‘haarlijnen’ in offset geprint te krijgen.

Geprinte brug

Designer en beeldend kunstenaar Joris Laarman ontwierp voor de Gemeente Amsterdam een brug om over de Oudezijds Achterburgwal te plaatsen. Het bijzondere aan deze brug is dat het om een ‘print’ gaat; het bedrijf MX3D van Gijs van der Velden printte het ontwerp in metaal uit. Met de opdracht voor de brug willen beide mannen een nieuwe techniek introduceren. ‘Toen we ermee begonnen wisten we niet of we het wel voor elkaar zouden krijgen. Het was een sprong in het diepe.’ Nu is de brug klaar om geplaatst te worden.

Zandgedichten

Een heel andere manier van drukken ten slotte vind je op het strand van Vlieland. Al wandelend kom je daar zogenaamde ‘zandgedichten’ tegen. Alsof de dichtregels door de zee zijn aangespoeld, zijn de letters in het zand afgedrukt. De Vliehors Expres drukt in één jaar tijd een gedicht zo’n 5,5 miljoen keer af. Dat is nog eens een oplage!

> Bestel dit nummer

Cta abonnement kM 113

Lees meer

kM 114 over Hout

In dit houtnummer van kM spreken we kunstenaars die op diverse manieren met hout werken. We doen een greep uit de inhoud! 

Femmy Otten

Haar beelden van hout moeten eruitzien alsof het geen moeite gekost heeft, vertelt beeldend kunstenaar Femmy Otten in dit themanummer over hout. ‘Ik heb altijd het gevoel dat ik mijn handen kapot moet beitelen, dat ik er veel voor gedaan moet hebben. Dat voelt heel goed.’ Otten vertelt in deze kM over een beeld waar ze aan werkt voor de nieuwe rechtbank in Amsterdam, een zwangere vrouw uit één stuk Europees lindenhout. Ze heeft de techniek zichzelf eigen gemaakt. ‘Ik vraag me nog geregeld af wat een echte houtbewerker zou zeggen wanneer hij me aan het werk zou zien.’ Ondertussen laat ze haar beitels door het hout glijden als boter: ‘Hout is mijn grote liefde.’

Maartje van Deursen

Die liefde voor het materiaal die Femmy Otten voelt, voelt Maartje van Deursen ongetwijfeld ook. Met meer dan 25 jaar ervaring als meubelmaakster is zij een echte ambachtsvrouw. Als drijvende kracht achter Cambium Meubels te Krommenie begeleidt ze studenten aan de Gerrit Rietveld Academie. Maar ook kunstenaars en musea weten haar te vinden voor speciale opdrachten. Van Deursen vertelt over de nieuwe houten voet die ze heeft gemaakt voor een rituele kandelaar, de Rintel menora, voor het Joods Historisch Museum in Amsterdam.

Nel Punt

De precisie en aandacht die beeldend kunstenaar Nel Punt vroeger hanteerde voor grafische vormgeving, handhaaft ze nu in het werken met hout. Het belangrijkste vindt ze om de tekening in het hout met de vorm van het object samen te laten gaan. Daarom is ze ook zo gefascineerd door de ‘verhalen’ die ze in stukken hout leest: ‘Hoe het gegroeid is, de verschillende patronen in het hout, de nerven, de jaarringen en de structuren inspireren me om ze in mijn stukken nog beter te laten uitkomen.’

Frans Horbach

Beeldend kunstenaar Frans Horbach voegt met kleur juist ‘lyrische elementen’ toe aan zijn houten objecten. Toen hij als schilder de laatste jaren steeds meer gefascineerd raakte door rechte lijnen, onststond de behoefte om ruimtelijk werk te gaan maken. ‘Het was bijna vanzelfsprekend dat ik met hout wilde gaan werken,’ aldus Horbach. Dit is slechts een kleine greep uit de inhoud van dit houtnummer. Veel leesplezier!

> Bestel dit nummer

Cta abonnement kM 114

Lees meer

kM 115 over Natuur

In deze kM over Natuur spreken we kunstenaars die op diverse manieren met natuur werken of zich erdoor laten inspireren. We doen een greep uit de inhoud! 

Josua Wechsler

Als kind had de van oorsprong Zwitserse Josua Wechsler veel natuur om zich heen, en bergen natuurlijk. Dat deze omgeving voor hem bepalend is geweest, blijkt wel uit de organische vormentaal in zijn werk. ‘De kleuren of het materiaalgebruik lijken misschien een beetje onnatuurlijk’, vertelt Josua, ‘maar de fascinatie voor dat groeien, die kracht in de natuur zit er altijd in.’ Met zijn werk wil Josua, die momenteel vanuit Zwitserland op een zelfgebouwde houten SUP over de Rijn naar Nederland peddelt, mensen opnieuw sensibiliseren voor de natuur.

Koos Buist

Ook Koos Buist heeft zich als kunstenaar laten inspireren door zijn omgeving. Opgegroeid in het Groningse wierdedorp Ezinge raakt hij al vroeg gefascineerd door de kolk langs de oude dijk. ‘Mijn moeder waarschuwde me regelmatig om niet te gaan schaatsen of zwemmen bij de kolk. Er heerste een algemeen gevoel dat het er “niet pluis” was. De wierde, met de kerk in het midden, staat voor veiligheid.’ Zijn Grondwerk gaat over het ontstaan en de cultivering van het Groninger land, met haar rivieren, dijken en kolken.

Sara Bjarland

Sara Bjarland laat zich inspireren door het grofvuil in de straten van Amsterdam – en de sculpturale kwaliteiten ervan. Voor haar is het van belang dat de objecten die ze van het grofvuil maakt, organisch lijken, ‘bijna als dode palmbomen en woekerende planten.’ Met haar werk reflecteert Sara op onderwerpen als waarde en (over)consumptie.

Semâ Bekirović

We spreken ook Semâ Bekirović die bezig is met de eerste voorbereidingen voor haar bijdrage aan de tentoonsteling ‘Into Nature’ dat in het voorjaar van 2021 in Drenthe zal plaatsvinden. Ze wil een massieve suikerbol van anderhalve meter doorsnee maken. Buiten, in weer en wind, zal de sculptuur langzaamaan vervormen. Uiteindelijk zal er door osmose sprake zijn van een balans tussen cultuur en natuur – waarbij het natuurlijke proces de rol van curator inneemt.

Dit is slechts een klein greep uit de inhoud van dit natuurnummer. Veel leesplezier!

> Bestel dit nummer

Lees meer

kM 116 over Blauw

In dit nummer staat een specifieke kleur centraal: blauw. 

Pigmenten

Er is iets wonderlijks aan die kleur, schrijft Monica Rotgans in deze kM: ‘Blauw wordt benoemd als de koele kleur in ons beperkte systeem van de primaire kleuren terwijl het gloeiende ultramarijn tot de warmste kleuren op het palet hoort.’

Vermeer

Een van de bekendste gebruikers van natuurlijk ultramarijn, dat in de zeventiende eeuw verreweg het duurste pigment was, is Johannes Vermeer. In hun bijdrage beschrijven Annelies van Loon en Abbie Vandivere hoe zij met nieuwe technieken inzicht kregen in de toepassing van dit pigment door Vermeer in Meisje met de parel.

Lapis lazuli

We spreken ook met de jonge beeldend kunstenaar Nomin Zezegmaa, die haar roots in Mongolië heeft liggen en wier naam ‘Lapis lazuli’ betekent, de halfedelsteen waaruit ultramarijn gewonnen wordt. Het bevreemdt niet dat veel van haar werk gekenmerkt wordt door de kleur blauw.

Helly Oestreicher

Helly Oestreicher gebruikt weinig kleur in haar werk, maar als ze het doet, dan vaak blauw. Dit nummer van kM openen we met een interview met deze beeldend kunstenaar wier oeuvre talloze opdrachten in de openbare ruimte en tentoonstellingen in grote musea omvat. In het Joods Historisch Museum is nu een tentoonstelling met Oestreichers werk te zien.

Blauw licht

In de collectie van het Museum Arnhem bevindt zich Shattered Ghost Stories (1993) van Lydia Schouten. De blauw gekleurde atmosfeer is een van de belangrijkste kenmerken van deze complexe multimedia-installatie. Dit niet-materiële element is echter niet geregistreerd als installatie- onderdeel. Hoe bepaal je dan als restaurator de conditie van het werk? Sanneke Stigter en Stefanie Janson leggen het uit.

Bic-blauw

Materiëler kan het niet worden bij Arno Coenen en Iris Roskam; voor een gloednieuwe skatebaan op het Amsterdamse Zeeburgereiland ontwierpen zij een bijzonder tegeltableau geïnspireerd op het blauw van een bic-pen.

Deze en andere artikelen staan voor je klaar in deze kM!

> Bestel dit nummer

Cta abonnement kM 116

Lees meer

kM 117 over Huid

In kM 117 gaat het over de huid van kunstwerken. Het nummer verschijnt op 27 maart 2021. We doen een greep uit de inhoud!

Maartje Korstanje

Dit nummer over de ‘huid’, van kunstwerken welteverstaan, openen we met een interview met Maartje Korstanje. Redactielid Monika Auch zag haar werk op een tentoonstelling: ‘De gladde, harde structuur, het zachte textiel en de veranderende lichtbreking op het oppervlak van de huid’ intrigeerden haar en vormden aanleiding tot een interview.

Siliconenrubber

Een van de nieuwere materialen in de beeldende kunst is siliconenrubber. Sinds 1990 wordt het gebruikt voor mallen en afgietsels, maar ook als kleefstof en zelfs als verfmedium. Met name in hyperrealistische sculpturen wordt het toegepast om een levensechte imitatie van de menselijke huid te creëren. Siliconenrubber heeft echter de neiging om veel stof en vuil aan te trekken. Restaurator Laura Wolfkamp vertelt over de reinigingsmethoden die hierbij toegepast kunnen worden.

Theun Govers

De behandeling van de verfhuid is erg bijzonder in het werk van Theun Govers. In zijn schilderijen blijft hij mogelijkheden tot verbetering zien: hij overschildert, hij schuurt en soms zaagt hij een stuk van een paneel af om tot een betere compositie te komen. Anke Roder, zelf schilder, kijkt eens extra goed naar een werk van Govers in wording.

Finish Fetish

In de jaren negentig maakte de Duitse kunstenaar Thomas Rentmeister een groot aantal gekleurde polyester sculpturen met een afwerklaag van polyester of polyurethaan. De huid van de sculpturen verfijnde hij door diverse polijstbehandelingen, waardoor ze een perfect glanzend uiterlijk verkregen. De gepolijste oppervlakken bleken echter ook zeer kwetsbaar. Restaurator Hedwig Braam zet uiteen hoe een interview met de kunstenaar bijdroeg aan het vaststellen of polijsten als restauratiebehandeling de juiste methode was.

Niko de Wit

‘Een huid moet ontstaan’, zegt beeldhouwer Niko de Wit ten slotte. ‘Ik ga niet een beeld maken en dan de huid aanbrengen; het moet van binnenuit gedacht zijn. De huid behoort een wezenlijk onderdeel van het beeld te zijn.’ Hoe hij te werk gaat, lees je in een artikel van Florence Husen.

Veel leesplezier!

> Bestel dit nummer

kM 117 neem een abonnement

Lees meer

kM 118 over Voedsel

Voedsel is het thema van kM 118. In deze kM komen kunstenaars aan bod die met voedingsmiddelen werken. 

Kees de Vries

Zout is het mooiste wit’, vindt beeldend kunstenaar Kees de Vries. Zijn keuze voor dit materiaal is voortgekomen uit de teleurstelling die hij voelde als het wit in zijn schilderijen na verloop van tijd niet écht wit meer was. We spreken hem in zijn tot proeftuin omgebouwde atelier waar diverse zoutobjecten-in-wording in verschillende stadia van kristallisatie verkeren.

Bijten in een citroen

‘Eten is het meest directe contact dat je met een object kunt hebben’, stelt Linde Gadellaa, die naast kunstenaar vegetarisch kok is. In twee performances realiseerde zij haar artistieke visie op eten. Marije Vogelzang richt zich als ‘eating designer’ op de materiaalgerichte ervaring van voedsel. ‘Alleen al het je voorstellen van bijvoorbeeld in een citroen te bijten is een sterke associatieve ervaring, dat vind ik heel interessant.’

Mieren

Werken met bederfelijk materiaal als voedsel biedt naast kansen óók uitdagingen – niet in de laatste plaats op het gebied van conservatie en restauratie. Zo kreeg het werk Dream Salt (2014) van Charbel-joseph H. Boutros – een mengsel van zout en suiker dat in een hoopje op de grond werd gepresenteerd – tijdens een tentoonstelling in de zomer in het S.M.A.K. wel heel opmerkelijke bezoekers: mieren.

Kunst-kookboeken

De kunstenaar als kok, de kok als kunstenaar. ‘Beiden creëren iets nieuws met ingrediënten om mensen te beroeren’, aldus redactielid Sanneke Stigter. ‘Bovendien ligt er een duidelijke parallel
in het gebruik van recepten en het boek als medium.’ Sanneke brengt in deze kM de opmerkelijkste kunst-kookboeken in kaart.

Shrinking Man

Een heerlijk bereid gerecht met verse lokale ingrediënten is om van te smullen én is goed voor lichaam en planeet. Daartegenover staat de westerse wijze van productie en consumptie van voedsel die tot serieuze gezondheidsklachten en klimaatproblemen leidt. Kunstenaar Arne Hendriks beschouwt het Japanse advies ‘Hara hachi bu’ – eet tot je voor tachtig procent vol bent – als cultureel erfgoed dat niet alleen moet worden beoefend in hoe we eten, maar ook in hoe we leven. Zijn project The Incredible Shrinking Man spreekt tot de verbeelding en draagt hopelijk bij aan een paradigmaverschuiving.

Veel leesplezier!

> BESTEL DIT NUMMER

Abonneer nu kM 118

Lees meer

kM 119 over Tekenkunst

Voor kM 119 over tekenkunst hebben we niemand minder dan Arno Kramer (1945) uitgenodigd als gastredacteur. Hij is de ‘ambassadeur van het tekenen als autonome kunstvorm’, zoals Monika Auch dat zo mooi omschrijft in haar interview met hem.

Drawing Centre Diepenheim

Kramer is kunstenaar, dichter ook, curator, liefhebber van Ierland, oprichter van Drawing Centre Diepenheim, en sinds april dit jaar mag hij zichzelf Officier in de Orde van Oranje- Nassau noemen. In deze kM interviewen we Kramer over zijn werk. Een kenmerkende quote: ‘Er moet iets gebeuren op het papier. Er moet weerstand in zitten, het moet botsen.’

Acht tekenaars

Je kunt bovendien twee artikelen van zijn hand lezen, over tekenen als scheppingsdaad én een pleidooi voor de herwaardering van tekenkunst in Nederland. Speciaal voor deze kM selecteerde hij acht hedendaagse tekenaars die vertellen over hun keuze voor tekenen als hun kunstdiscipline, en over de materialen waarmee ze werken.

Manja van der Storm

Een andere kunstenaar die eveneens een wegbereider is voor andere tekenaars, is Manja van der Storm. Zij startte het Tekenkabinet dat onlangs neerstreek in het Amstelpark in Amsterdam. Zelf werkt ze graag met Siberisch krijt.

Houtskool

Houtskool is dan weer het materiaal van voorkeur voor Juul Kraijer, die in het interview met Florence Husen openhartig vertelt over de ontwikkeling van haar kunstenaarschap. Eveneens geldt dit voor Razia Barsatie, die bewust werkt met houtskool in haar multimediale installatie, omdat deze gaat over het verbranden en loslaten van traumatische gevoelens.

Iconisch werk

Monika Auch duikt in de wereld van het fenomeen ‘stadstekenaar’ – sinds 2014 wordt elk jaar een nieuwe chroniqueur van het wel en wee van de stad Amsterdam aangewezen. Hoe hebben drie stadstekenaars de afgelopen jaren invulling gegeven aan hun stadstekenaarschap? Harald Schole ten slotte spreekt Auke de Vries, die zijn iconische werk After the Rain baseerde op vele tekeningen.

Veel leesplezier!

> Bestel dit nummer (download)

CTA abonnement kM 119

Lees meer

kM 120 over Steen

kM 120 wijden we aan een soms als traditioneel en oeroud ervaren kunstdiscipline die – getuige de opvattingen van enkele kunstenaars in dit nummer – zich niet op louter positieve aandacht mocht verheugen binnen de academies: het werken in steen.

Ontwikkelingen

Ondertussen zijn er toch best wat interessante ontwikkelingen te melden bij zo’n standvastig materiaal. Ik noem bijvoorbeeld de high-end afwerking met hoogglans parelmoerlak door Adriaan Seelen. Daarmee wil deze kunstenaar laten zien ‘dat de mogelijkheden van deze traditionele kunstdiscipline nog steeds niet zijn uitgeput’.

Planmatige aanpak

Interessant zijn ook de verschillende uitgangspunten die de kunstenaars ten opzichte van steenbewerking hebben. Niet ten opzichte van het ambacht zelf: een steen laat immers niet met zich sollen. Een verkeerde slag of verkeerde werkvolgorde en het eindresultaat dat je voor ogen had, is niet meer haalbaar. Steenhouwen is een fysieke aangelegenheid en je moet het ambacht echt beheersen. De verschillende uitgangspunten zitten ’m bijvoorbeeld in een wel of niet planmatige aanpak. Terwijl bij Adriaan Seelen de steen zich moet voegen naar zijn plan – ‘ik neem het voortouw’ – vaart Rob Cerneüs jr. meer op gevoel: ‘Ik volg de steen.’

Aaibare werken

Wat ook uit dit nummer blijkt, is hoe uiteenlopend de mogelijkheden zijn tot uitdrukking in steen. Kijk naar de bijna aaibare werken in albast van Hans Hovy en Lynne Leegte. Of naar de strakke vormen in wit marmer van Casper Braat. En zet die tegenover de grove vormen van het metershoge graniet van Rob Schreefel. Deze kunstenaar stelt poëtisch: ‘Het allermooist is het oppervlak van een gebroken steen.’

Steenstof

Naast liefhebbende kunstenaars heeft steen ook vijanden. Timo G. Nijland, van huis uit geoloog en verbonden aan TNO, gaat dieper in op de aantasting van natuursteen door vocht en zouten. Pieter van Broekhuizen brengt de gevaren van steenstof in kaart en geeft aan welke voorzorgsmaatregelen zinvol zijn om de gezondheidsrisico’s te beperken.

Veel leesplezier!

> BESTEL DIT NUMMER

kM 120 cta abonnement

Lees meer

Pods embed error: Pod not found

Pods embed error: Pod not found

Pods embed error: Pod not found

Pods embed error: Pod not found

Pods embed error: Pod not found

Pods embed error: Pod not found

Allergenen

Allergenen, ofwel sensibiliserende stoffen, zijn stoffen die een overgevoeligheid (allergie) kunnen veroorzaken via het afweersysteem. Een allergie ontstaat in twee fasen. Eerst raakt het afweersysteem door het contact met een allergeen overgevoelig. Bij een volgend contact met dezelfde stof treedt een abnormaal sterke afweerreactie op, die kan leiden tot (allergisch) eczeem of astma.

Bekende voorbeelden van allergenen zijn:

  • Natuurlijke stoffen, zoals graspollen, meelstof en huidschilfers van (proef)dieren.
  • Bestanddelen van twee-componentverven, lijmen en vloerproducten, zoals epoxyhars, acrylaathars en isocyanaten.
  • Metalen: nikkel, kobalt, chroom.
  • Conserveermiddelen in cosmetica, verven, lijmen, et cetera.

Allergenen kunnen effecten hebben op de huid en luchtwegen. De voornaamste chronische effecten van allergenen zijn:

  • Allergisch eczeem.
  • Allergische astma.
  • COPD. Dit is een afkorting van de Engelse term Chronic Obstructive Pulmonary Disease en betekent chronisch obstructieve longziekte (er is dus een aanhoudende obstructie in de longen). Het is een verzamelnaam voor de longaandoeningen chronische bronchitis en longemfyseem.
  • Aandoeningen van de bovenste luchtwegen, met name rhinitis.

Wat is het risico?

Allergenen of sensibiliserende stoffen zijn volgens de definitie van de Gezondheidsraad stoffen die een overgevoeligheidsreactie kunnen veroorzaken via activering van het afweersysteem (immuunsysteem). De overgevoeligheid uit zich in ontstekingsreacties die resulteren in diverse allergische aandoeningen.

Ontstaan allergie

Een allergie ontstaat in twee fasen. In de sensibilisatiefase raakt het immuunsysteem als gevolg van het contact met een allergeen overgevoelig (gesensibiliseerd) voor die stof. Hierbij kunnen verschillende mechanismen een rol spelen. Bij een hernieuwd contact met dezelfde stof treedt vervolgens een ‘abnormaal sterke’ immuunrespons op, die tot de ontstekingsreactie leidt.

Sensibilisatie, en vervolgens een allergische ontstekingsreactie, kunnen zich al binnen enkele weken na de eerste blootstelling voordoen. Het kan echter ook jaren duren. Dit is onder meer afhankelijk van de mate van blootstelling, de individuele gevoeligheid van de blootgestelde persoon en de ‘allergene potentie’ (sterkte) van het allergeen. Niet iedereen zal bij blootstelling aan allergenen een allergie ontwikkelen. Daar staat tegenover dat iedereen wel de kans heeft om een allergie te ontwikkelen. Niemand is hier immuun voor.

Waar komt een werknemer het tegen?

Allergenen zijn in zeer veel branches te vinden. Er zijn enkele honderden allergenen bekend. Bijna iedereen komt wel met ze in contact – ook buiten het werk (bijvoorbeeld door het gebruik van cosmetica). Risicovolle beroepen voor huidaandoeningen door sensibiliserende stoffen zijn:

  • Kappers (haarverven, permanentproducten, blonderingsproducten).
  • Verpleegkundigen (latex handschoenen).
  • Groentetelers/personeel voedingsindustrie (groente- en fruitsappen).
  • Metselaars en vloerenleggers (cement, epoxy harsen).

Risicovolle beroepen voor luchtwegaandoeningen door sensibiliserende stoffen zijn:

  • Bakkers (meelstof).
  • Kwekers planten en groenten (plantenpollen, organismen voor biologische bestrijding).
  • Veehouders (huidschilfers/veren van dieren).
  • Verfspuiters/autoschadeherstellers (isocyanaten).
  • Kappers (haarlakken, blondeerpoeders).

Wetgeving

Het Arbobesluit bevat twee specifieke bepalingen die van extra belang zijn bij irriterende en sensibiliserende stoffen. Deze bepalingen betreffen ventilatie en jeugdige werknemers. Ze worden hieronder genoemd.

Ventilatie

Artikel 4.5 van het Arbobesluit bevat specifieke eisen voor ventilatie. Als irriterende of sensibiliserende stoffen aanwezig zijn, gelden de volgende eisen:

  • Als verontreinigde lucht wordt afgevoerd, is gelijktijdig voldoende toevoer van niet-verontreinigde lucht gewaarborgd.
  • Het is verboden lucht die een gevaarlijke stof bevat, opnieuw in circulatie te brengen in de richting van een arbeidsplaats waar de betreffende stof niet aanwezig is.
  • Het is verboden de lucht die een stof bevat als bedoeld in het vierde lid van artikel 4.5, opnieuw op dezelfde arbeidsplaats in circulatie te brengen. Tenzij de werkgever aantoont dat de concentratie van deze stof in de lucht ten hoogste één tiende deel van de voor die stof vastgestelde grenswaarde bedraagt.

Jeugdige werknemers

Jeugdige werknemers mogen volgens artikel 4.105 van het Arbobesluit niet werken met of worden blootgesteld aan onder meer allergenen. Zij mogen ook geen arbeid verrichten aan of met kuipen, bassins, leidingen of reservoirs waarin zich allergenen bevinden.

Herken het risico

Allergenen zijn te herkennen aan de zogeheten R-zinnen op het etiket. Er zijn echter meerdere stoffen en preparaten die deze specifieke R-zinnen niet hebben, terwijl ze wel sensibiliserend zijn. Ook natuurlijke stoffen kunnen sensibiliserend zijn (bijvoorbeeld plantenpollen en meelstof). Deze hebben echter geen etiket of R-zinnen. Arbodiensten en gespecialiseerde Arboadviesbureaus kunnen hierbij adviseren.

Maatregelen

Bij het nemen van maatregelen om blootstelling te verlagen, zijn werkgevers verplicht om de arbeidshygiënische strategie te volgen, het voorgeschreven stappenplan om de blootstelling te verlagen. Aanbevolen maatregelen bij de omgang met allergenen zijn bijvoorbeeld:

  • Kies een werkmethode die minder schadelijke stof verspreidt.
  • Kies goede afzuiging.
  • Zorg voor ventilatie op de werkplek.
  • Maak de werkplek regelmatig schoon.
  • Beperk het aantal werknemers dat blootstaat aan de stof.
  • Onderhoud afzuiginstallaties.
  • Geef voorlichting en instructie over het omgaan met allergenen en over de preventieve maatregelen die worden genomen.
  • Als deze maatregelen onvoldoende resultaat opleveren, moeten persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt worden. Reageert een medewerker tijdens zijn werk allergisch, dan moet een nader arbeidsgezondheidskundig onderzoek worden uitgevoerd. Blijkt er een direct verband te bestaan tussen de allergische reactie en de blootstelling aan de bewuste stoffen op het werk, dan dient elke blootstelling aan deze stof vermeden te worden. Ook dienen de andere medewerkers die aan deze stof zijn blootgesteld onderzocht te worden.

Bron: www.arboportaal.nl

Deze tekst werd eerder gepubliceerd bij het artikel ‘Komt een beeldend kunstenaar bij de dokter’ in kM 87 . Beeld: Allergische reactie, roodheid van de huid en opgezwollen lippen.

Lees meer

Herken een risico

Gevaarlijke stoffen kunnen gezondheidsschade opleveren, omdat ze bijvoorbeeld giftig, corrosief, irriterend, brandgevaarlijk, kankerverwekkend, mutageen, bedwelmend, explosief of schadelijk voor de voortplanting zijn. Ook kunnen gevaarlijke stoffen overgevoeligheidsverschijnselen veroorzaken.

De effecten en de ernst daarvan zijn afhankelijk van de bewuste stof, van de mate (hoeveelheid) en duur van de blootstelling, van de eigenschappen van de persoon die is blootgesteld aan de stof en van de omstandigheden waarin de blootstelling optreedt. Gezondheidsklachten kunnen direct optreden, maar ook pas jaren na de blootstelling. Ook kunnen ze plotseling optreden nadat iemand jarenlang zonder klachten blootgesteld is aan de stof.

Maatregelen tijdens het werk

De werkgever dient de werknemers voor te lichten en te instrueren over de aard van de stoffen, hoe zij ermee moeten werken en welke veiligheidsmaatregelen noodzakelijk zijn. Dit dient geregeld herhaald te worden. Tijdens de werkzaamheden dient de werkgever adequaat toezicht te houden op de voorgeschreven werkwijzen. Het werk moet steeds zo ingericht zijn dat blootstellingsgrenswaarden niet overschreden worden. Om inzicht te krijgen in de mate van blootstelling moeten schattingen worden gemaakt of metingen worden uitgevoerd.

  1. Bronmaatregelen: een werkgever moet eerst de oorzaak van het probleem wegnemen. Voorbeeld: de schadelijke stof vervangen door een veiliger alternatief.
  2. Collectieve maatregelen: als bronmaatregelen niet mogelijk zijn, moet de werkgever collectieve maatregelen nemen om risico’s te verminderen. Voorbeeld: afscherming of een afzuiginstallatie plaatsen.
  3. Individuele maatregelen: wanneer collectieve maatregelen niet kunnen of ook (nog) geen afdoende oplossing bieden, moet de werkgever individuele maatregelen nemen. Voorbeeld: het werk zo organiseren dat werknemers minder risico lopen (taakroulatie).
  4. Persoonlijke beschermingsmiddelen: als de bovenste drie maatregelen geen effect hebben, moet de werkgever gratis persoonlijke beschermingsmiddelen verstrekken. Voorbeeld: adembescherming en handschoenen. Dit mag over het algemeen alleen als tijdelijke maatregel.

De maatregelen op de verschillende niveaus hebben nadrukkelijk een hiërarchische volgorde. De werkgever moet eerst de mogelijkheden op een hoger niveau onderzoeken voordat besloten wordt tot maatregelen op een lager niveau. Het is alleen toegestaan een niveau te verlagen als daar goede redenen voor zijn (technische, uitvoerende en economische redenen). Dit is het redelijkerwijs-principe. Die afweging geldt voor elk niveau opnieuw.

Bron: www.arboportaal.nl

Deze tekst werd eerder gepubliceerd bij het artikel ‘Komt een beeldend kunstenaar bij de dokter’ in kM 87 .

Lees meer

Komt een beeldend kunstenaar bij de dokter

Werknemers in vaste of zelfs tijdelijke dienstbetrekkingen vallen onder de Arbowet. Een werkgever draagt op grond van de Arbowet zorg voor goede werkomstandigheden. Daarentegen werken de meeste kunstenaars als zelfstandigen in door de wet ongecontroleerde omstandigheden in hun atelier. kM geeft een aantal voorbeelden en advies om gezondheidsklachten te voorkomen.

De kennis die kunstenaars hebben over gezondheidsrisico’s tijdens het werk, zoals de blootstelling aan gevaarlijke stoffen of overbelasting, is vaak ontoereikend en afhankelijk van de opleiding of andere informatiebronnen. Is een kunstenaar ziek geworden tijdens het uitoefenen van zijn werk, dan hangt het af van de individuele verzekering hoe een eventuele financiële vergoeding er uit gaat zien. Als er al een oorzakelijk verband kan worden gelegd tussen de ziekte en het werk! De verscheidenheid aan ziektekostenverzekeringen laat geen eenduidig beleid betreffende beroepsziekten bij zelfstandig werkende beeldend kunstenaars ontstaan. Er bestaan geen programma’s voor beroeps gerelateerde ziekten zoals bestaan voor een burn-out bij werknemers in dienstverband. De geciteerde informatie op pagina’s waarnaar gelinkt wordt, is dan ook van toepassing op een werkgever-werknemersituatie! Niettemin kan de informatie worden gebruikt als leidraad voor zelfstandig werkende kunstenaars.

Preventie betekent kritisch naar de eigen werkmethodes, materiaal en werkomgeving kijken om schade te voorkomen of om over te schakelen op alternatieve methodes en materialen. Er is ook de mogelijkheid om advies te vragen. Enkele ziektegeschiedenissen en een gesprek met Gert van der Laan, klinisch arbeidsdeskundige aan het Coronel Instituut in het AMC, geeft een indruk van de situatie rond beroepsrisico’s van beeldend kunstenaars. Van der Laan is bedrijfsgeneeskundige, was directeur van het Nederlands Centrum voor bedrijfsgeneeskunde (tot 2000) en hoofd Solvent Teams.

Casus 1: Allergische reacties van de huid en luchtwegen

Tijdens de lessen textiel zeefdruk liet de technisch assistent op de Gerrit Rietveld Academie, Nicky den Breejen, afschrikwekkende foto’s van het opgezwollen gezicht van een medestudente zien die met transparante flexibele giethars had gewerkt. ’s Avonds had zij een bijbaantje in een restaurant als afwasser. Tot haar grote schrik zwol haar gezicht op als een ballon totdat ze nauwelijks nog uit haar ogen kon kijken. Gelukkig werd ze niet benauwd. Het was een late allergische reactie uitgelokt door de stoom op haar gezichtshuid. Ze heeft antihistaminica gehad om de allergische reactie te stoppen en te minderen. Echter, eenmaal allergisch ben je altijd allergisch. Ze heeft haar eindexamenwerk afgemaakt met beschermende handschoenen. Maar zelfs de lichte damp van de giethars die tijdens het gebruik en opdrogen van het materiaal vrijkwam, wekte al een reactie op als er onbeschermde huid was tussen haar handschoen en het T-shirt. Zij kan nooit meer met dit materiaal werken. Bij elk spoor van contact met het middel kan deze heftige allergische reactie opnieuw optreden.

Niki de Saint Phalle (1930-2002) werd beroemd met haar Nana-figuren: expressieve, in felle kleuren beschilderde, grote vrouwenbeelden uit polyester. Het jarenlange gieten in onder meer polyester en voortdurend inademen van giftige dampen veroorzaakte bij haar chronische luchtwegproblemen. Zij overleed op 71-jarige leeftijd aan de gevolgen van de door haar beroep veroorzaakte COPD (Chronisch Obstructieve Pulmonary Disease, zie artikel ‘Allergenen’).

‘Het is heel lastig om de gezondheidseffecten van toxische stoffen achteraf bij een patiënt vast te stellen’, zegt Gert van der Laan. Hij is als klinisch arbeidsdeskundige verbonden aan het Coronel Instituut van het AMC in Amsterdam. Hij heeft een tijd de Medische Helpdesk Atelier Veilig gerund waar kunstenaars met vragen over gezondheid en toxische stoffen terecht konden in het kader van het toxische stoffenproject van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het programma was erop gericht de informatievoorziening rond gevaarlijke stoffen binnen bedrijven te optimaliseren en stimuleerde en ondersteunde werkgevers en werknemers om het werken met gevaarlijke stoffen in de praktijk veiliger te maken. Branches en productketens stelden hiertoe een actieplan op. De uitvoer van de actieplannen moest tot een structurele verbetering op de werkvloer leiden. Gevaarlijke stoffen kunnen in vrijwel alle werksituaties voorkomen. Voorbeelden zijn de schoonmaakbranche, bouwnijverheid, industrie, landbouw, ziekenhuizen en laboratoria. Het programma liep van 2005 tot 2008 (zie artikel ‘Herken een risico’).

Casus 2: Vluchtige stoffen en hun invloed op hersenfuncties

Een schilder van 52 jaar komt bij de huisarts omdat hij moe en somber is. Bij het lesgeven kan hij de namen van studenten niet meer onthouden. Zijn cognitieve functies gaan achteruit. Hij maakt al 25 jaar grote doeken, legt die op de grond en giet ze over met een lakachtige substantie.

Moeheid, depressieve stemming en vergeetachtigheid zijn op zich vage klachten, de neuroloog kon geen oorzaak vinden. Het leek in verband met het werk van de man wel op de schildersziekte OPS (Organo Psycho Syndroom), die enkele jaren geleden veel aandacht kreeg. Een Solvent Team bestaande uit een neuropsycholoog, arbeidshygiënist, neuroloog en een arbeidsgeneeskundige heeft de werksituatie bekeken en hem geadviseerd met de werkwijze en het gebruikte materiaal te stoppen. De man knapte hierna op, zijn cognitieve functies gingen weer vooruit dankzij het grote herstellende vermogen van het brein op deze nog relatief jonge leeftijd.

Gert van der Laan is direct betrokken bij de Solvent Teams. Deze Teams sporen OPS op. Dat is een aantasting van het zenuwstelsel veroorzaakt door langdurig inademen van agressieve, vluchtige oplosmiddelen. ‘We hebben het hier over breed onderzoek dat we geprotocolleerd uitvoeren. Die protocollen hebben we in de vorige eeuw ontwikkeld. Toen stond OPS enorm in de politieke belangstelling, waardoor we subsidie kregen om die teams op te zetten. Het is heel lastig om de gezondheidseffecten van toxische stoffen achteraf bij een patiënt vast te stellen. En wil je OPS goed objectiveren, dan moet je ook neuropsychologische tests doen en onderzoeken hoe lang iemand is blootgesteld en waaraan precies. Dat vereist een goede arbeidsanamnese en soms arbeidshygiënisch onderzoek. Een werknemer met cognitieve klachten kan van alles hebben – denk aan een beginnende hersentumor of schildklierafwijking,’ (zie artikel ‘Schildersziekte’).

Casus 3: Preventie gewenst

Een andere vraag die op het Coronel Instituut binnenkwam, was: ‘Sinds 5 jaar werk ik als zelfstandig ondernemer zeer intensief met twee componenten polyurethaanschuim en bouwschuim. Ik snijd, zaag en giet deze materialen tot beeldhouwwerken. Mijn vraag: kent u specialisten die mij kunnen wijzen op de gevaren van het gebruik van deze materialen op de lange termijn? Ik ben volgens mij goed beschermd tegen de damp van de chemische reacties en stof, maar niemand (zelfs niet de fabrikanten) kan mij zeggen of ik mijzelf echt goed bescherm. Mijn huisarts heeft mij naar u doorverwezen. Hopelijk kunt u mij helpen met advies.’

Vragen van de arbeidsdeskundige: ‘Begrijp ik goed dat u niet alleen uitgewerkt schuim verwerkt, maar zelf ook met de basisstoffen werkt bij het gieten? Kunt u een indicatie geven van de grootte van de objecten of de hoeveelheden chemicaliën die u verwerkt?’

Juist voor dit soort vragen van beeldend kunstenaars is er een samenwerking met chemici die zich bezighouden met gezondheidseffecten van kunstenaarsmaterialen. Hoe beter iemand beschrijft hoe de werkzaamheden zijn, hoe beter het antwoord wordt! Als vervolg op dit schriftelijke consult vond een werkplekbezoek plaats en werd een advies gegeven.

Belangrijk in dit voorbeeld is dat sommige gebruikte stoffen niet in grote hoeveelheden door de industrie worden geproduceerd. Er is dan geen productinformatie te vinden. Daarnaast heeft een huisarts of specialist in het ziekenhuis vaak geen weet van de causaliteit werk-ziekte. In het ziekenhuis weet men alles over ziektes, maar weinig in relatie tot werk. Bovendien krijgen de meeste specialisten geen adequate vergoeding voor het werk als het te maken heeft met de relatie ziekte-arbeid. Dat komt omdat Nederland – als enige land in Europa – geen onderscheid maakt tussen risque professionel en risque social. Dat betekent dat er in de ongevallen- en invaliditeitswet geen verschil bestaat tussen mensen die arbeidsongeschikt zijn door bedrijfsongevallen of beroepsziekten en mensen die dat zijn geworden door oorzaken buiten het werk. In onder meer Frankrijk, Zweden, Finland, België en Duitsland, waar dit verschil wel bestaat, heeft de klinisch arbeidsgeneeskundige een door de wet bepaalde rol. De beroepsgroep is betrokken bij de beoordeling van uitval van werknemers. Aan de hand van de relatie tussen ziekte en arbeid wordt bepaald wie de uitkering betaalt. (bron: http://medischcontact.artsennet. nl/archief-6/tijdschriftartikel/65140/ziek-vanhet- werk.htm)

‘Als centrum voor beroepsziekte heeft het Coronel Instituut een thermometerfunctie. De grootste narigheid zien wij dan, maar daaronder zijn nog veel meer gevallen’, zegt Van der Laan. ‘Zorgverzekeraars en hebben tot nu toe maar mondjesmaat interesse getoond. Dat was bij de Solvent Teams beter geregeld, want toen was er veel politieke aandacht voor OPS. Ons werk wordt nu veelal door de werkgever betaald.’ Daarmee vallen zzp’ers buiten de boot. De helpdesk kan dan ook alleen benaderd worden via een verwijzing door de huisarts of een specialist. Van der Laan is zeer begaan met de werksituatie van de beeldend kunstenaars en wil graag weer een helpdesk opzetten – mits er financiering hiervoor tot stand komt. Ook een vorm van registratie zou zinvol zijn, zoals bij het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB), waar alle ziektes door werk moeten worden gemeld. Maar melden doet nog lang niet elke arts, constateert Van der Laan, die ook de nestor van het NCvB is. ‘Het is giswerk.’

Casus 4: Loodblootstelling en kolieken

Vraag van een arts over een kunstenaar van 39 jaar, die al jaren werkt met glas en schilderkunst: ‘Zij heeft al jaren pijnaanvallen die dit jaar in frequentie en hevigheid toenemen. De aanvallen geven een krampende pijn in de bovenbuik, rechts vaker dan links. Ze duren seconden tot minuten, soms zo hevig dat ze duizelig is en dreigt te vallen. Er is geen vast patroon van provocatie, maar al liggen op de zij of het starten van dagelijkse activiteiten kan de klachten oproepen. Er is geen verklaring voor de klachten gevonden door beeldvormend onderzoek, dat wil zeggen echo of MRI-scan. Het loodgehalte in haar bloed was in 2001 0,45, in 2005 1,15 en is nu 0,67 (normaalwaarden 0,06-0,60). Ze heeft de laatste jaren andere materialen gebruikt, en daarmee geprobeerd de loodexpositie te verminderen. Kunnen de beschreven klachten te maken hebben met de chronische expositie aan lood? Heeft het zin haar door te verwijzen?’

Van der Laan antwoordt hierop: ‘Om vast te stellen of de pijnklachten in de bovenbuik iets met het werk te maken hebben, is er een vijf-stappenplan:

1. Stel een diagnose.
2. Is de diagnose in de literatuur in verband gebracht met bepaalde blootstelling?
3. Is de blootstelling hoog genoeg geweest?
4. Zijn alternatieve verklaringen mogelijk?
5. Lijkt op basis van het voorgaande een oorzakelijk verband waarschijnlijk?

Het begint dus met het stellen van de diagnose. U beschrijft gezondheidsklachten die lijken te duiden op koliekachtige buikpijn. Dat kan natuurlijk allerlei oorzaken hebben die verband houden met onder meer nieren, galblaas of darmen. Ik begrijp dat hier al nader onderzoek naar gedaan is, zonder dat een afdoende verklaring is gevonden. Door de klachten in verband te brengen met loodblootstelling, wordt kennelijk aan een loodkoliek gedacht. In de literatuur is zeer veel over loodblootstelling en gezondheidsklachten geschreven. Ook recent nog worden af en toe gevallen van loodkoliek beschreven na uiteenlopende blootstelling. Veel informatie staat samengevat op www.beroepsziekten.nl.’

Casus 5: Non-toxische terpentijn of toch niet?

‘Ik ben schilder en heb sinds het laatste jaar in plaats van terpentijn citrusterpentijn gebruikt. Klopt het dat dat iets minder schadelijk is? En waar moet ik bij het gebruik op letten? Zijn er betere alternatieven? Ik gebruik het als onderschildering; het moet dus snel verdampen en niet glijerig zijn.’

De vraag is voorgelegd aan Pieter Keune, chemicus en wetenschappelijk redacteur van kM. Hij schreef: “Onder de naam ‘citrusterpentijn’ wordt in de detailhandel ‘citrusolie’ verkocht als een ‘milieuvriendelijk en non-toxisch’ alternatief voor terpentijnolie. Citrusolie wordt verkregen door schillen van citrusvruchten na de sapwinning te destilleren. Opbrengst: ongeveer 0,3 % olie. De chemische samenstelling is 90 % D-limoneen en de rest aldehydes, met name decanal en citral (verschillende isomeren). De olie wordt al vele jaren in verschillende industriële oplosmiddelen bijgemengd. Citrusolie wordt ook toegepast in de aromatherapie. Het is interessant om te weten dat in deze alternatieve sector met klem wordt gewaarschuwd tegen het langdurig gebruik in geconcentreerde vorm. De leverancier van deze olie, Chi International bv Breda, geeft in de productinformatie de volgende waarschuwing: “Citroenolie kan de gevoelige huid irriteren en kan dermatitis veroorzaken.” Vooral oudere (geoxideerde) citroenolie kan aanleiding geven tot sensibilisatie (onder meer netelroos en eczeem). Citroenolie bevat ongeveer 2 % furocumarinen en is fototoxisch, met andere woorden: vermijd de zon na gebruik van citroenolie op de huid.

Technisch is het niet duidelijk of citrusterpentijn voordelen biedt ten opzichte van de gewone terpentijnolie. Er kan dus niet zonder meer gesteld worden dat citrusterpentijn minder schadelijk is dan de reguliere terpentijn. Wel minder vluchtige oplosmiddelen, maar meer stoffen die schadelijk kunnen zijn voor de huid. In zijn algemeenheid geldt dat de gezondheidseffecten van stoffen bepaald worden door het product van de giftigheid van de stof zelf en de hoogte van de blootstelling. Vooral bij gebruik van grote hoeveelheden (grote doeken, natte technieken en slechte ventilatie) bestaat kans op gezondheidsproblemen. Onder gunstigere omstandigheden dan boven beschreven, moet gebruik van terpentijn niet als risicovol worden bestempeld.’

Een loket voor beeldend kunstenaars?

Dit zijn slechts een aantal vragen en ziektebeelden die Gert van der Laan behandelde. Voor dansers en musici bestaan dergelijke poliklinieken zoals de Danserspoli in Den Haag. Orthopedisch chirurg Boni Rietveld is voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Dans- en Muziekgeneeskunde en ook afgestudeerd aan het Conservatorium. Zijn gedetailleerde kennis van de houding en beweging van dansers komt de diagnostiek en behandeling van werk gerelateerde gezondheidsproblemen bij dansers ten goede. Een mooi voorbeeld van klinische arbeidsgeneeskunde: specialistische aandacht voor werk in de kliniek.

De mogelijkheden van het gebruik van Materialen zijn soms groter dan de chemische industrie ooit heeft bedacht of bedoeld. En kunstenaars komen in hun creatieve experimentele drift vaak op onverwachte toepassingen met de ongewenste en onverwachte uitwerkingen gratuit erbij. Van der Laan zegt: ‘Het Coronel Instituut krijgt alleen geld als er mogelijk neurotoxische schade is, want dat is ons onderzoeksgebied. Oplosmiddelen en de negatieve effecten voor de gezondheid met als bekendste uitwas de schildersziekte heeft ertoe geleid dat dit de enige beroepsziekte is waarbij de diagnostiek met uitgebreid onderzoek wordt vergoed. Bij een patiënt met bijvoorbeeld handeczeem krijgt een dermatoloog een standaard tarief. Als hij allergologische tests doet, dan wordt dat niet betaald. Dus er is geen stimulus om uit te zoeken waar de allergie aan te wijten is.

Door betere voorlichting op academies en werkplaatsen zou een bewustwordingsproces bij beeldend kunstenaars op gang kunnen komen. Ten eerste voor een preventieve kijk van beeldend kunstenaars op hun eigen werkproces. Ten tweede om de oorzakelijke relatie tussen ziek door werk – ook bij vage klachten – eerder te leggen en in te grijpen. Van der Laan pleit dan ook voor voorlichtingscampagnes op instituten en werkplaatsen en een laagdrempelig loket waar kunstenaars terecht kunnen. De toekomst zal materialeren of het lukt de financiering voor een dergelijk loket te realiseren.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in kM 87.

Lees meer

Schildersziekte

Het inademen van agressieve, vluchtige oplosmiddelen (om bijvoorbeeld vetten en oliën op te lossen) kan een schadelijke uitwerking hebben op het centrale zenuwstelsel. De hersenaandoening die daaruit voortkomt, wordt in de volksmond schildersziekte genoemd, de medische term is Organo Psycho Syndroom (OPS) of Chronische Toxische Encephalopathie (CTE).

Om deze hersenaandoening voor een deel te voorkomen, wordt ernaar gestreefd zo veel mogelijk over te stappen op het gebruik van verfsoorten zonder oplosmiddelen en om persoonlijke beschermingsmiddelen zoals maskers en handschoenen te gebruiken.

Symptomen

OPS tast het centrale zenuwstelsel aan, met lichamelijk en psychisch letsel tot gevolg. Bij het ziektebeeld gaat het om zeer uiteenlopende symptomen op het gebied van emotie, concentratie, geheugen en leervermogen.

Diagnose

Nederland telt naar schatting ongeveer 460 OPS-patiënten. Niet alleen schilders hanteren de giftige stoffen als terpentine, thinner, tolueen, aceton of xyleen, maar ook tapijtleggers, autospuiters, laboranten of mensen die in drukkerijen de persen reinigen. Om vast te stellen of er sprake is van OPS, dient schriftelijk een onderzoek te worden aangevraagd bij een van de twee Solvent Teams in Amsterdam en Enschede. Ook is een verwijzing nodig van de huisarts, specialist of arbodienst/bedrijfsarts. Kijk voor meer informatie op www.stichtingops.nl.

Gevolgen

Geuite klachten zijn onder meer hoofdpijn, duizeligheid, concentratiestoornissen, moeheid, vergeetachtigheid en zelfs karakterveranderingen (zoals agressie), waarvan naast de OPS-patiënt zelf een heel gezin de dupe kan worden. In een ernstige vorm kan dementie voorkomen.

Bron: www.hersenstichting.nl

Deze tekst werd eerder gepubliceerd bij het artikel ‘komt een beeldend kunstenaar bij de dokter’ in kM 87 .

Lees meer

Pods embed error: Pod not found

De Toyobo-etstechniek

In kM 111 interviewt Anton Staartjes kunstenaar Chantal Elisabeth Ariëns over haar grafische werk. In haar werk past zij de Toyobo-etstechniek toe. In dit online artikel beschrijven we de diensten die het AGA LAB Amsterdam op het gebied van deze techniek aanbiedt.

> Naar kM 111

De mogelijkheden van toyobo etsen worden veelvuldig gebruikt bij AGA LAB in Amsterdam. AGA LAB is een DiY-makersplek waar je met professionele faciliteiten kunt experimenteren en je werk kunt uitvoeren. Het artist-in-residence programma biedt een uitgelezen kans om geconcentreerd onderzoek te doen. Zo resulteerde het onderzoek ‘Iemands moedertaal’ van Judith Westerveld (NL/ZA) in een diversiteit aan blinddruk prints middels toyobo, die het moeilijke proces van het leren van een nieuwe taal op een treffende manier visualiseerde.

Faciliteiten

AGA LAB heeft een uitgebreid aanbod aan grafische faciliteiten; voor het maken van fotopolymeer etsen zijn er een contactkast (belichtingskast) en kleine doka aanwezig waar het mogelijk is om tenminste een A2-plaat te belichten. Er zijn vier etspersen aanwezig van verschillende maten (52 x 110 cm, 75 x 130 cm, 80 x 140 cm en 100 x 190 cm).

Assistentie

Het gebruik van de doka, de persen, en schoonmaakmiddelen zijn bij de prijs inbegrepen. En niet te vergeten de assistentie van de werkplaatsbegeleiders. In hun advies streven zij ernaar om verder te kijken dan directe reproductie. Juist het maakproces goed te benutten, verrassingen te verwelkomen en zo te komen tot de voor jou meest optimale resultaten. De workshop Toyobo wordt doorgaans vier keer per jaar gegeven door kunstenaar en technisch begeleider Ayesha Ghaoul.

Omzetting

Een niet te onderschatten onderdeel van het maken van Toyobo-prints is het maken van de afbeelding op film. De omzetting in een zwart-witbeeld komt heel precies, en daarmee valt of staat de kwaliteit van je Toyobo-print. De uitdaging zit in de conversie van een digitaal beeld naar een analoge Toyobo-plaat. Alex de Vocht, fotograaf en technisch begeleider op de digitale afdeling van AGA LAB, kan je helpen met die omzetting en het printen van je films. Zo kun je in-house het gehele proces uitvoeren.

Milieubewust en veilig

Het atelier onderscheidt zich door de keuze voor een milieubewust en veilig werkproces. Schadelijke oplosmiddelen zijn vervangen door VCA/slaolie. In plaats van traditionele vernissen wordt er waar mogelijk met acrylgronden gewerkt. Er wordt geëtst met kopersulfaat en ijzerchloride, welke geen bijtende dampen produceren. Alle chemische en overige restanten worden afgewerkt of gerecycled.

> Naar de website van AGA LAB

Lees meer

Pods embed error: Pod not found

Pods embed error: Pod not found

Pods embed error: Pod not found

Pods embed error: Pod not found

Pods embed error: Pod not found

Nalatenschap: wat als musea en archieven de deuren gesloten houden?

Oudere kunstenaars en ontwerpers of hun erven die een bestemming zoeken voor het oeuvre, de collectie, het archief of zelfs de atelierwoning kloppen steeds vaker aan gesloten deuren. Musea en archieven accepteren immers niet zo gauw nalatenschappen meer.

Geldgebrek

De redenen hiervoor: een gebrek aan geld, ruimte en capaciteit, en een ongeïnteresseerd publiek. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en het Mondriaan Fonds peilden op 12 november 2019 praktijkervaringen bij de doelgroep in de netwerkbijeenkomst “Nalatenschappen voor kunstenaars en ontwerpers”.

Erfgoed

Er zijn 15.000 Nederlandse kunstenaars die ooit hun werk nalaten, zodat het niet verloren gaat. Toch tellen slechts tien kunstenaars mee als belangrijk cultureel erfgoed. De rest moet zélf selecteren, beschrijven, indexeren om hun nazaten niet met chaos op te zadelen. En dan moet de familie eensgezind juridische en fiscale aspecten helder krijgen, constateerde de dochter van een verleden jaar overleden schilder. Wel de gewenste expositie maar wat te doen met de uitpuilende atelierwoning? Conceptkunstenaars, straatfotografen of multimediadesigners hebben minder “romantische” praktijken.

Beheer

Net als musea moeten kunstenaars hun collectie beheren, adviseerde een beleidsmaker. Regelmatig selecteren, weggooien. Een assistent die volgens de richtlijnen archiveert. Zo huurde een videokunstenaar een betaalde stagiaire die op het (gedeelde) oeuvre kon afstuderen.

Mantelzorg

Erven bestieren als mantelzorgers amper te hanteren oeuvres, vaak met omissies. Daarom zei een vormgeefster juist bij leven de documentatie van hun “mythische” studio veilig te willen stellen, door tijdige digitalisering. Logische partners, het RKD-Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis en Het Nieuwe Instituut, weigerden. Uit financiële noodzaak liet de designstudio gekoesterde prototypes in Frankrijk veilen, helaas aan anonieme kopers.

Advieslijst

De bijeenkomst besloot niet met pasklare antwoorden, wel met een goede inventarisatie voor een wat-te-doen advieslijst. Tussentijds klonk de beste tip: formeer al vroeg een kring met mensen die in hetzelfde geloven als jij.

Deze bijeenkomst werd mede georganiseerd door Miriam Windhausen die in kM 108 enkele artikelen schreef over nalatenschap: ‘De kunst van het nalaten’ en ‘Eervolle zorgen’.CTA: bestel kM 108

 

Lees meer

Pods embed error: Pod not found

Pods embed error: Pod not found

Pods embed error: Pod not found

Pods embed error: Pod not found

Abraham Bosse over Rembrandt

In kM 111 verdiept Fons van Laar zich in het ‘mysterie van de witte etsgrond’ van Rembrandt. Hij beschrijft hoe hij op een boek van Abraham Bosse uit 1645 stuitte op basis waarvan hij een hedendaags recept voor witte etsgronden kon maken. In dit online artikel plaatsen wij de Nederlandse vertalingen van de Franse teksten uit de eerste en derde editie van de uitgave van Abraham Bosse. De vertalingen zijn van de hand van Paul van Laar.

> Naar kM 111

Uit Traité des Manières de Graver en Taille Douce sur L’airin. Par le moyen des eauxs fortes & des Vernix Durs et Mols (p. 47): ‘Als u uw harde vernis (etsgrond) hebt aangebracht (zoals gezegd op de graveerplaat) laat u hem koken of drogen op het vuur, zonder zwart te laten worden (beroeten), en op dezelfde wijze als het was, vervolgens de plaat laten afkoelen, waarna u loodwit (blanc de céruse) goed opgelost zult hebben in water en in een met lood beslagen aardewerken kom gedaan met een beetje gesmolten Vlaamse lijm (colle de Flandre). U zet de kom op het vuur en laat het geheel smelten en een beetje warm worden. Daarna neemt u van het zogeheten wit, dat behoorlijk helder moet zijn, met een dikke borstel of varkensharen kwast en schildert u hiermee de etsgrond wit in zo dun mogelijke laag en liefst in één keer opgebracht, en u laat de plaat ergens drogen in platte (horizontale) toestand. Als bij het witmaken het wit toevallig moeilijk “pakt”, moet u bij dat wit één of twee druppels ossengal doen en met de borstel mengen in de kom. (En voor de zachte vernis hoeft u alleen maar hetzelfde te doen. Nadat men hem heeft aangebracht op de etsplaat en alleen uitgesmeerd met pluimbaarden zonder het zwart maken. Iemand zou kunnen zeggen dat, als men het zwart maakt voordat men het wit erop aanbrengt, de kerven na het graveren donkerder zouden kunnen lijken en daarom zichtbaarder voor het oog. Mijn antwoord hierop is tweeledig: ten eerste dat het zwartmaken ervoor zorgt dat de blanke laag niet goed wil hechten; en men durft er niet zoveel gal in te doen uit angst om de etsgrond te beschadigen. Ten tweede dat zelfs als het wit zich toch zou hechten, het slechts grijs zou lijken vanwege de donkere kleur van de etsgrond, of het moet zijn dat men het zo dik aanbrengt dat het geheel niets meer waard zou zijn. De tegen(af)druk of calque (kopie) op de zachte vernis gebeurt met roodkrijt, zoals ik al eerder zei voor de harde, ofwel door over het papier of tekening te wrijven met poeder van zwarte steen i.p.v. roodkrijt, wanneer de vernis wit wordt gemaakt. Wanneer u op de zachte vernis hebt gegraveerd wat u wenst en u de etsplaat in het etswater wilt laten uitdiepen, dan moet u een beetje gewoon lauwwarm water over de plaat gooien en met een schone zachte spons of met de vingertoppen over het wit wrijven om het overal te verdunnen. Dan de plaat wassen zodat er geen wit meer op zit en hem laten drogen.’

Abraham Bosse, afbeelding beroeten.
Abraham Bosse, afbeelding beroeten.

Het maken van de (witte) etsgrond

Uit: De la manière de graver à l’eau forte et au burin (p. 50): ‘Neem een ons witte was een half ons mastiek(pek/bitumen). Een helf ons spalt, of amber. Verbrijzel apart de mastiek en spalt in een mortier: …. een aardewerken pot (geglazuurd?). Doe de was hierin en laat hem smelten op het vuur, waarna u beetje bij beetje de mastic en spalt toevoegt voortdurend roerend tot het geheel goed vermengd is. Vervolgens giet u het om in helder water en maakt het tot een bal die u bewaart tot gebruik bij gelegenheid. U dient op twee zaken te letten: 1 De plaat niet te hoog verhitten als u de vernis aanbrengt. Leg de eerste vernislaag zo dun als mogelijk om vervolgens de blanke (witte) laag erover te kunnen leggen zonder een “considerable” dikte te krijgen. De plaat niet zwart beroeten zoals bij normale vernis, maar als hij uiteindelijk afgekoeld is kan men een stuk wit de “cerufe” verbrijzelen tot extreem fijn en lost, mengt men dit helderwitte poeder in gegomd water om dit met een penseel als sterke laag dun en egaal over de hele plaat aan te brengen. Dit is de manier waarop Rembrandt zijn platen verniste.’

Lees meer

Pods embed error: Pod not found

Pods embed error: Pod not found

Pods embed error: Pod not found

Pods embed error: Pod not found

Pods embed error: Pod not found

Pods embed error: Pod not found

Pods embed error: Pod not found

Pods embed error: Pod not found

Pods embed error: Pod not found

Pods embed error: Pod not found

Gerrit Rietveld Academie gebruikt glasrecepten uit het Sybren Valkema Archief

Sybren Valkema bewaarde alles wat hij kon vinden over glas en glastechniek, zo heeft de Stichting Vrij Glas een omvangrijke collectie gegevens (110.000 documenten) over hoe kunstenaars zelf glas kunnen maken in eigen atelier.[1] Het archief wordt nu ontsloten met gelden van de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek (NWO), het Big Data / Digital Humanities programma. Voor student Sam Chua aan de Gerrit Rietveld Academie heeft dit al waardevolle informatie opgeleverd.

Ontsluiting

Onder leiding van professor Sven Dupré werk ik sinds een jaar aan de verdiepte ontsluiting van het gehele archief, een project dat afgerond zal worden in 2022. Maar de rijkdom aan informatie moet niet nog jaren verborgen blijven, daarom heeft Sven Dupré het initiatief genomen en Jens Pfeifer, docent aan de Gerrit Rietveld Academie, benaderd om praktijklessen aan de hand van gegevens in het archief voor te stellen.

Receptboek

Een van de studenten, Sam Chua, afkomstig uit Singapore, zag zichzelf geconfronteerd met vragen over het materiaal waarmee zij werkt. Sam vroeg zich af: wat is glas en hoe ontstaan kleuren in glas? Met die vraag nam ik een duik in het archief; ik bracht een zichtbaar veelvuldig geraadpleegde Rezeptbuch für die praktische Glasschmelze naar boven en een transcriptie van een discussie tussen Dominick Labino en Harvey Littleton. Die ging over de veiligheid in de glasblazerij tijdens het werken met gevaarlijke stoffen, inclusief adviezen over het aanpassen van glasrecepten, mocht een bepaalde grondstof niet direct voorhanden zijn.[2]

Kleurtinten

Allereerst heeft Sam Chua zelf vuurvaste klei gemengd en handgeknede smeltkroezen gemaakt die voorgestookt werden. Kleurgevende metaaloxiden werden afzonderlijk getest tezamen met reeds gesmolten heldere glasscherven. Omdat de materiaaldikte altijd bepalend is voor de kleurintensiteit in massief glas, werden de kleurverzadiging in de gekoelde resultaten vergeleken met de hoeveelheid kleurbepalende ingrediënten in de oorspronkelijke kleurglasrecepten. Deze parameters werden richtinggevend bij het steeds aanpassen van de recepten om de gewenste kleurtinten te verkrijgen in het gegoten glas.

Ervaring

‘Het project kleurglas gemengd mixen was erg interessant voor mij en het blijft me intrigeren, ook omdat het onderzoek het archief nog dieper mede-ontsluit’, vertelt Sam Chua over haar ervaring. ‘Je kunt beginnen met het onderzoeken van oude recepten met een heleboel giftige chemische ingrediënten. Terwijl je de recepten aanpast en de ingrediënten vervangt door veiligere alternatieven leer je over die opties en hoe ze de uitkomsten van de kleur veranderen.’

Testoven

‘In het proces moesten veel aanpassingen worden gedaan om de studio voor te bereiden op de smeltproeven; het soort gereedschap dat we zouden gebruiken, de mallen voor kleuren, het maken van onze eigen smeltkroezen aan de hand van recepten uit het archief. Op de academie overwegen we nu zelfs om onze eigen kleine testoven te bouwen aan de hand van instructies en tekeningen in het archief. Het project blijft groeien en ik blijf dingen leren die ik nooit had verwacht’, aldus Sam Chua.

Succes

Gezien het succes en de positieve ervaringen zal er in de toekomst zeker meer materiaal uit het glasarchief van Sybren Valkema worden aangewend om de technische en praktische kennis van (glas)-kunstenaars in opleiding te verrijken.CTA kM 112

Lees meer
X