Druk enter om te zoeken

March 02 2024

Licht en kleur in de daken van Vermeer

ANNELIES VAN LOON, ANNA KREKELER, IGE VERSLYPE, FRANCESCA GABRIELI,
SABRINA MELONI Johannes Vermeer is ‘een kolibrie onder de mussen’ schrijft Max J. Friedländer in 1923 in zijn studie over de zeventiende-eeuwse Nederlandse schilderkunst.1 De beroemde kunsthistoricus prijst uitvoerig Vermeers buitengewoon heldere weergave van licht en kleur. Vermeers Hollandse taferelen zouden door zijn gebruik van krachtige en intense kleurvlakken juist een zuidelijke sfeer uitstralen. Dit in tegenstelling tot veel van zijn tijdgenoten die vaak een bedompter kleurenpalet hanteerden.

 

Over Vermeers bijzondere kleurgebruik, zo beeldend verwoord door Friedländer, komen we door materiaal technisch onderzoek steeds meer te weten. Recente niet-­invasieve imaging technieken spelen hierbij een belangrijke rol. Macro-röntgen fluorescentie (MA-XRF) scanning maakt het bijvoorbeeld mogelijk de verdeling van chemische elementen in een schilderij in kaart te brengen (afb. 1). De chemische elementen geven informatie over de gebruikte pigmenten. Zo laat de verdelingskaart voor het element kwik (Hg) zien waar het rode pigment vermiljoen (een kwiksulfide) is gebruikt.  Aanvullende chemische informatie over de aanwezige pigmenten kan worden verkregen met reflectie imaging spectroscopie (RIS). Zo kan met zekerheid bijvoorbeeld ultramarijn of een rode lak worden geïdentificeerd.

Licht in kleur vangen

Detail van het stadsaanzicht. Compilatie van a) normaal licht en de MA-XRF elementverdelingskaarten van b) kalium (K-K), c) kwik (Hg-L), d) lood (Pb-L), e) tin (Sn-L).

 

Een uitgelezen voorbeeld van Vermeers consciëntieuze toepassing van kleur is te vinden in de daken van Gezicht op Delft
(ca. 1660, Mauritshuis, Den Haag) (afb. 2). In dit werk kunnen we het lichtspel aanschouwen van de vroege ochtendzon die van rechtsboven op de ontwakende stad schijnt. Zon en wolken wisselen elkaar af en creëren een dramatisch lichteffect, waarbij het gebied achter de Rotterdamse poort (C), rechts in het stadsgezicht, wordt uitgelicht.2 Met verf weet Vermeer het veranderende licht op de daken van Gezicht op Delft overtuigend te vangen. Hij bereikt dit met een beperkt aantal pigmenten: vermiljoen, rode lak, aardepigment, loodtingeel, gele lak, loodwit, beenderzwart en ultramarijn.

 

De daken helemaal links (afb. 3a: zone 1) schildert Vermeer met een rode lak glacis, die hij direct op de beigekleurige grond aanbrengt. De verdeling van deze glacis laag is mooi te zien in de kalium-kaart (kalium is onderdeel van het substraat van rode lak) (afb. 3b). Oorspronkelijk moeten deze daken een nog dieper rood zijn geweest.3 Op het rode glacis stippelt Vermeer met een oranjerode verf van vermiljoen kleine toetsjes. Deze stipjes lichten duidelijk op in de kwik-kaart (afb. 3c). Met deze felle stipjes creëert hij kleine lichtreflecties op de donkere daken.4 Ze vormen een subtiele overgang naar de oranjerode daken rechts ervan (zone 2). Deze groep daken tot aan de Schiedamse poort (A), zijn eveneens uitgevoerd met als basis een vermiljoen-houdende verf in combinatie met rode en gele lak. Ze lichten zowel op in de kalium- als in de kwik-kaart (afb. 3b, c). Op deze basistoon zijn met een rood glacis kleine kleurvlekjes aangebracht, die een onregelmatig oppervlak suggereren. In de daken direct links van de Schiedamse poort begint Vermeer ook wat loodtingeel door de verf te mengen, zoals zichtbaar is in de tin-kaart (afb. 3e). Dit doet hij waarschijnlijk om een natuurlijk verloop te verkrijgen naar de volgende daken waar meer licht op schijnt.

Detail blauw dak Rotterdamse poort. Compilatie van normaal licht en de RIS kaart van ultra­marijn (VNIR, 400-1000 nm).
Detail geel dak (opname met 3D-digitale microscoop Hirox, vergroting: 30x).

4

De daken (zone 3 t/m 6) tussen de Schiedamse poort (A) tot rechts van de Rotterdamse poort (C) vangen veel zonlicht. Ze hebben een zalmkleurige tint. Hiervoor is vermiljoen met veel loodtingeel en loodwit gemengd, zoals zichtbaar is in de tin- en lood-kaarten (afb. 3d, e). De afzonderlijke daken van het groepje links van de Nieuwe Kerk (B) worden begrensd door horizontale witte lijntjes en verticale donkere gevels. Ze tonen veel meer contrast dan de daken in de schaduw. Een bijna niet waar te nemen lang lichtblauw dak erachter zorgt voor extra diepte. Het felverlichte dak (zone 5) achter de Rotterdamse poort (C) geeft Vermeer weer met een extra laag loodtingeel verf op de zalmkleurige basistoon (afb. 4). Bovendien komt het dak optisch meer naar de voorgrond. Het geel contrasteert hierdoor mooi met de blauwe daken van de Rotterdamse poort (C) die uitgevoerd zijn in ultramarijn verf (afb. 5). Het geel-blauw contrast is kenmerkend voor Vermeer en komt in veel van zijn schilderijen terug. In de achtergrond laat Vermeer de toren van de Nieuwe Kerk (B) eveneens in het volle licht baden (afb. 6). Hij imiteert hier de sterke contrasten tussen licht en donker door hoogsels van loodwit en loodtingeel af te wisselen met donkere aardtinten. De compositie eindigt, net als hij begon, met daken in de schaduw. Ook komt de rode lak glacis weer terug, maar hier combineerde Vermeer het met een rood aardepigment. Zo creëerde hij een diepe rode kleur.

Vermeer schildert overtuigend hoe dezelfde daken veranderen van kleur al naar gelang ze meer of minder licht vangen. De recente imaging technieken visualiseren welke pigmenten Vermeer hiervoor gebruikt. Ze maken inzichtelijk hoe subtiel hij het kleurverloop van de daken in verf opbouwt en hoe zorgvuldig hij zijn pigmenten kiest voor de juiste toonwaarden. 

Tentoonstelling en onderzoek

In aanloop naar de grote Vermeertentoonstelling in het Rijksmuseum, nog te zien tot en met 4 juni 2023, is in samenwerking met het Mauritshuis en de Universiteit Antwerpen een onderzoeksproject gestart naar de schildertechniek en materialen van Vermeer. Op dit moment zijn negen schilderijen uit Nederlandse en internationale collecties onderzocht met behulp van de nieuwste niet-invasieve beeldvormende technieken, zoals macro-röntgen fluorescentie (MA-XRF) scanning en reflectie imaging spectroscopie (RIS). Dit onderzoek levert verrassende nieuwe inzichten op in Vermeers creatieve proces. Het materiaal technisch onderzoek wordt tijdens en na de tentoonstelling voortgezet.  

Dit artikel verscheen eerder in kM 125 geschreven door Annelies van Loon. Wil je meer artikelen lezen, neem dan een abonnement.