Druk enter om te zoeken

July 15 2024

Categorieën: Gezondheid, Informatief, Monika Auch, Schade, en Veiligheid

Tags: Allergenen

Allergenen, ofwel sensibiliserende stoffen, zijn stoffen die een overgevoeligheid (allergie) kunnen veroorzaken via het afweersysteem. Een allergie ontstaat in twee fasen. Eerst raakt het afweersysteem door het contact met een allergeen overgevoelig. Bij een volgend contact met dezelfde stof treedt een abnormaal sterke afweerreactie op, die kan leiden tot (allergisch) eczeem of astma.

Bekende voorbeelden van allergenen zijn:

  • Natuurlijke stoffen, zoals graspollen, meelstof en huidschilfers van (proef)dieren.
  • Bestanddelen van twee-componentverven, lijmen en vloerproducten, zoals epoxyhars, acrylaathars en isocyanaten.
  • Metalen: nikkel, kobalt, chroom.
  • Conserveermiddelen in cosmetica, verven, lijmen, et cetera.

Allergenen kunnen effecten hebben op de huid en luchtwegen. De voornaamste chronische effecten van allergenen zijn:

  • Allergisch eczeem.
  • Allergische astma.
  • COPD. Dit is een afkorting van de Engelse term Chronic Obstructive Pulmonary Disease en betekent chronisch obstructieve longziekte (er is dus een aanhoudende obstructie in de longen). Het is een verzamelnaam voor de longaandoeningen chronische bronchitis en longemfyseem.
  • Aandoeningen van de bovenste luchtwegen, met name rhinitis.

Wat is het risico?

Allergenen of sensibiliserende stoffen zijn volgens de definitie van de Gezondheidsraad stoffen die een overgevoeligheidsreactie kunnen veroorzaken via activering van het afweersysteem (immuunsysteem). De overgevoeligheid uit zich in ontstekingsreacties die resulteren in diverse allergische aandoeningen.

Ontstaan allergie

Een allergie ontstaat in twee fasen. In de sensibilisatiefase raakt het immuunsysteem als gevolg van het contact met een allergeen overgevoelig (gesensibiliseerd) voor die stof. Hierbij kunnen verschillende mechanismen een rol spelen. Bij een hernieuwd contact met dezelfde stof treedt vervolgens een ‘abnormaal sterke’ immuunrespons op, die tot de ontstekingsreactie leidt.

Sensibilisatie, en vervolgens een allergische ontstekingsreactie, kunnen zich al binnen enkele weken na de eerste blootstelling voordoen. Het kan echter ook jaren duren. Dit is onder meer afhankelijk van de mate van blootstelling, de individuele gevoeligheid van de blootgestelde persoon en de ‘allergene potentie’ (sterkte) van het allergeen. Niet iedereen zal bij blootstelling aan allergenen een allergie ontwikkelen. Daar staat tegenover dat iedereen wel de kans heeft om een allergie te ontwikkelen. Niemand is hier immuun voor.

Waar komt een werknemer het tegen?

Allergenen zijn in zeer veel branches te vinden. Er zijn enkele honderden allergenen bekend. Bijna iedereen komt wel met ze in contact – ook buiten het werk (bijvoorbeeld door het gebruik van cosmetica). Risicovolle beroepen voor huidaandoeningen door sensibiliserende stoffen zijn:

  • Kappers (haarverven, permanentproducten, blonderingsproducten).
  • Verpleegkundigen (latex handschoenen).
  • Groentetelers/personeel voedingsindustrie (groente- en fruitsappen).
  • Metselaars en vloerenleggers (cement, epoxy harsen).

Risicovolle beroepen voor luchtwegaandoeningen door sensibiliserende stoffen zijn:

  • Bakkers (meelstof).
  • Kwekers planten en groenten (plantenpollen, organismen voor biologische bestrijding).
  • Veehouders (huidschilfers/veren van dieren).
  • Verfspuiters/autoschadeherstellers (isocyanaten).
  • Kappers (haarlakken, blondeerpoeders).

Wetgeving

Het Arbobesluit bevat twee specifieke bepalingen die van extra belang zijn bij irriterende en sensibiliserende stoffen. Deze bepalingen betreffen ventilatie en jeugdige werknemers. Ze worden hieronder genoemd.

Ventilatie

Artikel 4.5 van het Arbobesluit bevat specifieke eisen voor ventilatie. Als irriterende of sensibiliserende stoffen aanwezig zijn, gelden de volgende eisen:

  • Als verontreinigde lucht wordt afgevoerd, is gelijktijdig voldoende toevoer van niet-verontreinigde lucht gewaarborgd.
  • Het is verboden lucht die een gevaarlijke stof bevat, opnieuw in circulatie te brengen in de richting van een arbeidsplaats waar de betreffende stof niet aanwezig is.
  • Het is verboden de lucht die een stof bevat als bedoeld in het vierde lid van artikel 4.5, opnieuw op dezelfde arbeidsplaats in circulatie te brengen. Tenzij de werkgever aantoont dat de concentratie van deze stof in de lucht ten hoogste één tiende deel van de voor die stof vastgestelde grenswaarde bedraagt.

Jeugdige werknemers

Jeugdige werknemers mogen volgens artikel 4.105 van het Arbobesluit niet werken met of worden blootgesteld aan onder meer allergenen. Zij mogen ook geen arbeid verrichten aan of met kuipen, bassins, leidingen of reservoirs waarin zich allergenen bevinden.

Herken het risico

Allergenen zijn te herkennen aan de zogeheten R-zinnen op het etiket. Er zijn echter meerdere stoffen en preparaten die deze specifieke R-zinnen niet hebben, terwijl ze wel sensibiliserend zijn. Ook natuurlijke stoffen kunnen sensibiliserend zijn (bijvoorbeeld plantenpollen en meelstof). Deze hebben echter geen etiket of R-zinnen. Arbodiensten en gespecialiseerde Arboadviesbureaus kunnen hierbij adviseren.

Maatregelen

Bij het nemen van maatregelen om blootstelling te verlagen, zijn werkgevers verplicht om de arbeidshygiënische strategie te volgen, het voorgeschreven stappenplan om de blootstelling te verlagen. Aanbevolen maatregelen bij de omgang met allergenen zijn bijvoorbeeld:

  • Kies een werkmethode die minder schadelijke stof verspreidt.
  • Kies goede afzuiging.
  • Zorg voor ventilatie op de werkplek.
  • Maak de werkplek regelmatig schoon.
  • Beperk het aantal werknemers dat blootstaat aan de stof.
  • Onderhoud afzuiginstallaties.
  • Geef voorlichting en instructie over het omgaan met allergenen en over de preventieve maatregelen die worden genomen.
  • Als deze maatregelen onvoldoende resultaat opleveren, moeten persoonlijke beschermingsmiddelen gebruikt worden. Reageert een medewerker tijdens zijn werk allergisch, dan moet een nader arbeidsgezondheidskundig onderzoek worden uitgevoerd. Blijkt er een direct verband te bestaan tussen de allergische reactie en de blootstelling aan de bewuste stoffen op het werk, dan dient elke blootstelling aan deze stof vermeden te worden. Ook dienen de andere medewerkers die aan deze stof zijn blootgesteld onderzocht te worden.

Bron: www.arboportaal.nl

Deze tekst werd eerder gepubliceerd bij het artikel ‘Komt een beeldend kunstenaar bij de dokter’ in kM 87 . Beeld: Allergische reactie, roodheid van de huid en opgezwollen lippen.

Monika Auch

Monika Auch is redactielid van kM, beeldend kunstenaar, auteur en oprichter van Weeflab in Amsterdam. Ze studeerde Geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam, Textiele Vormgeving aan de Gerrit Rietveld Academie en onderzoekt de intelligentie van de hand.